zaterdag 15 oktober 2005
Barcelona...
Dit gezegd, zou ik de lezer graag een beetje willen informeren over mijn leven hier, mein lebensraum, hoe swastika dit ook mag klinken.. Ikzelf zou lebensraum beschouwen als een mooie methaphoor waarin ik leef, soms oneindig groot, tot ver voorbij de sterren, andere keren weer, mijn ogen geopend, klein, nietig, angstvallig omsloten door de hekken van mijn geest, de sleutel ergens verstopt, maar in het donker is het moeilijk zoeken. Het leven dat ik beschouw als echt, realist als ik ben (wie niet?), een leven dat als wisselvallig is als het weer, het geven en nemen. Wist je dat de meest snelle computers ter wereld in Japan staan, en dat ze daar het weer voorspellen? Ik kan je vertellen dat ik als wisselvallig ben als het weer, seizoenen gaan en komen, en dat geen computer, nergens ter wereld, mijn gedachten kan voorspellen.. zelfs ik niet, ik heb geen idee wat ik na het einde van deze zin ga herlezen. Ik weet zelfs niet waarom ik dit allemaal kwijt wil aan jou, en jij kan iedereen zijn, Internet is for free, right?
Ik weet niet meer precies waarom ik dit begonnen ben, maar het maakt nu niet maar uit. Ik ging vertellen over datgene wat de lezer eventueel interesseert, en datgene, eerder diegene, ben ik. Eventueel aan de arrogante kant (voor de mensen die niet in mij geïnteresseerd zijn), maar goed, ik schrijf dit ook gedeeltelijk niet aan jou. Je begrijpt hopelijk wel dat ik het erg op prijs zou stellen als je de moeite neemt me te begrijpen, maar dat is helemaal aan jezelf. Goed, waar waren we gebleven. In het kort is dit stukje dus voor mij, over mij en door mij. Thieme, het centrum van mijn universum, zou ik het kunnen noemen, maar waarom een titel verzinnen?
Bon, ik zit nu in mijn kamer in Barcelona, in mijn Ikea-design slaapkamer, achter 1 van de eerste laptops uit de computergeschiedenis. Ik zie dat bovenstaand stukje een enigszins zwartgallige sfeer heeft geschept, en dat de lezer daaruit af zou kunnen leiden dat ik niet altijd even gelukkig ben. Daar zou een kern van waarheid in kunnen zitten, maar dan vergeet de lezer eveneens dat er meer dan genoeg momenten van geluk tegenover staan en ik misschien wel een beetje overdrijf om het geheel meer boeiend te maken, wie zal het zeggen? Ook moet ik zeggen dat ik mezelf af en toe vrijwillig in de diepste spelonken van mijn geest begeef, aangezien ik dan beter kan denken (mmz.. ooit een ideetje van Plato?).
Als je kijkt naar eten, slapen en studie/werk (vaste daginvulling) zie je dat onze levens niet veel verschillen, wat het misschien interessant maakt is te vertellen wat ik dan in de tussentijd doe, met mijn overvloed aan vrije tijd, in deze prachtige stad. Iets wat m’n ouders misschien niet al te gelukkig maakt, maar ik kan je vertellen, dat maakt het mij ook niet altijd. Om eerlijk te zijn, omdat mijn studie niet echt veel tijd van me eist, zwem ik in een oceaan van vrije tijd. Waar een normaal mens aan 8 uur slaap genoeg heeft, doe ik het gemiddeld met 10 uur. Zelfs dan zijn er dagen dat ik me zou vervelen, had ik laatst niet een lading boeken gekocht. Heerlijk, ik spendeer uren op de bank te lezen, en dat geeft me ook wel een lekker gevoel, maar nog steeds kriebelt iets in me, een soort gevoel van non-produktiviteit. Ik had je graag willen vertellen dat ik een leuk baantje had gehad of een leuk meisje waarbij ik dit gevoel teniet zou kunnen doen, maar de opbouw van deze zin zou niet zo geweest zijn als dit het geval was. Helaas ben ik op deze gebieden vooralsnog weinig succesvol geweest. Bij het eerste is het een kwestie van veel proberen, doorzetten en soortgelijke termen, terwijl bij de tweede het omgekeerde het geval schijnt te zijn. Afgezien van het feit dat werk noch liefde deel uitmaken van mijn dagelijkse leven hier, gaat alles verder uitstekend. Het uitgaansleven is van een zeer hoogstaand niveau (evenals de prijzen), de stad is prachtig, het weer, de musea, mijn huis en de buurt waarin ik leef, de vrienden die ik heb gemaakt, allen factoren die waarover ik erg te spreken ben.
Ongelooflijk, wat betreft uitgaan zijn de mogelijkheden hier ongekend, maandag tot en met zondag (of neem elke andere dag en eindig met de dag ervoor) kan men tot de zon op gaat tijdelijk geluk vinden in het doolhof van verschillende muziekstijlen, meestromend met de symfonie der tonen, naar de sterren en terug op aarde, je ogen geopend naar een wit plafond, je 1-persoonsbed gevuld volgens bestemming. Jazzbars, tapasbarretjes, hippe, trendy, alternatieve, artistieke, clandestiene drinkgelegenheden zijn overal om de hoek, evenals een oerwoud van discotheken, dat het soms moeilijk maakt tot een keuze te komen. Echter, voor de mooiste avond tot nu toe, werden deze gelegenheden allen gelaten voor wat het was. Ik kom er zo op terug, maar deze avond was er niet geweest zonder het mooiste weekend tot nu toe.
Vorig weekend, half oktober ergens, ging ik na een korte nacht mee met een georganiseerde tour voor Erasmus-studenten in Barcelona, waarbij het huis/kasteeltje van Dali bezocht werd, evenals enkele leuke plekken en het stadje Gerona. Normaalgesproken heb ik het niet zo op georganiseerde tours, maar dit weekend was toch in 1 woord perfect te noemen. Ik had van tevoren niet echt een idee wat voor soort mensen te verwachten, maar dat er zo’n leuke groep zou komen (ik vond het lastig m’n aandacht te verdelen), had ik niet durven dromen. Ook de plekken die we bezochten mooi, interessant en leuk, het weer was het gehele weekend prachtig, de temperatuur overdag boven de 30 graden. ’s Avonds verbleven we in een huis in een prachtige omgeving, denkend aan Toscane, met zwembad en gratis sangria. Na dit weekend was opeens mijn vriendengroep verdubbeld en werd er, hier komen we terug bij de mooiste avond tot nu toe, afgesproken om de dinsdag erop met z’n allen bijeen te komen in la Champagneria, een tapasbar dat haar eigen Cava (Champagne) maakt. De prijs (aan de bar!) voor een fles begint bij 1,40 en ook de tapas zijn bijna gratis. Door dit rare prijsbeleid is dit kleine tentje elke dag tot de nok toe gevuld en als je dan met 50 man daar gaat afspreken, dan kun je op 2 vingers natellen dat het niet gaat werken. Ik woon nogal groot en stelde voor via de supermarkt (inkopen) naar mijn huis te gaan, met z’n allen dan. Het begon als een ontzettend gezellige avond, die nog beter eindigde. Omdat ik het rond een uur of 2 ’s nachts wel welletjes vond, stelde ik voor om nog wat biertjes te kopen op straat, muziekinstrumenten te halen, en naar het strand te gaan. Het grof vuil werd de dag erna opgehaald en er was een overvloed aan brandbaar materiaal beschikbaar. Met deze prachtige groep mensen, een gitaar, een accordeon, een doos die diende als bongo, zaten we tot de zon op kwam rond het vuur, prachtig, gratis en onbetaalbaar tegelijk.
Omdat ik weet dat je niet ongestraft een mooie tijd kan hebben, probeerde ik de onafwendbare afdaling die de dagen erop zou volgen een beetje aangenamer te maken door wat af te spreken met een meisje de dag erop. We zouden nu eindelijk een keertje gaan salsa-dansen, maar vanwege ons beider brakheid en een zee regenwater die neerkwam in Barcelona besloten we dat het niet zo’n goed plan zou zijn om uit te gaan. In plaats daarvan had zij een filmpje meegenomen, wat we na het eten zouden gaan kijken.. de avond verliep voorspoedig, ze vond het eten heerlijk (gevulde kip met een taartje van groenten, spinazie, aardappel, verschillende kazen, appel, honing en spek), zelfs nog beter dan de vorige keer (tapas), mijn muziek goed, er werd gezellig op los gekeuveld, en tussen de oppervlakkige bedrijven door werd er zelfs nog af en toe een gevoelige noot gespeeld. Ondertussen werd de kraan in de hemel nog een slagje verder opengedraaid en begonnen in Gerona, waar ik dus enkele dagen daarvoor was, de eerste auto’s van de weg af te drijven, en kelders vol te lopen. Ver van dit alles fonkelde het kaarsvuur lonkend in de ogen van het prachtige meisje dat tegenover me zat, terwijl ik de tweede fles aanbrak, zo aan het einde van de maaltijd. Uit oogpunt van efficiëntie, en enigszins vooruit wensend, stelde ik voor om de film in mijn kamer te gaan kijken, en ik ontstak alvast de kaarsjes om een bepaalde sfeer te scheppen. Daar lagen we dan, gezellig op mijn bed, twee jonge vrijgezellen, niet onaardig van uiterlijk, klaar om gegrepen te worden door de sterke verhaallijn van een goede film, bij tijden ingrijpend en emotioneel afgewisseld door enkele humoristische wendingen. Het duurde niet lang voordat we doorhadden deze Franse film, hoe kan het ook anders, nagesynchroniseerd was door een slecht verstaanbaar Spaans, noch was de beeldkwaliteit bijster goed. Het eerste probleem probeerde ik een kwartier lang vergeefs op te lossen door ondertitels te downloaden, bij elke minuut een klein beetje van de magiek wegtikkend dat eventueel onderdeel was van deze avond. Na een kostbare tijd zonder vruchten, begonnen we zoals we al eerder begonnen waren. Ondanks dat de vloeiende lijn van de avond enigszins doorbroken was, waren er nog steeds enkele veelbelovende randvoorwaarden voor een lange nacht aanwezig. Ten eerste zaten we, gezellig met z’n tweeën, op mijn bed, omgeven door kaarsjes, waarvan sommigen een heerlijk aroma deelde met de warme lucht die ons omgaf. Verder was er nog bijna een hele fles wijn over, mengbaar met en meenemend eventuele overpeinzingen of onzekerheden, weg van het hoofd, zodat er niet over gedacht kan worden. Als laatste was er de regen, geen romantisch getik op de ramen, maar hemel die omlaag stortte, straten veranderend in rivieren, aangevuld door de tranen van daklozen. Over het gevoel dat er tussen ons bestond, kan ik weinig zeggen, aangezien ik mezelf normaal gesproken te hoog daarbij inschat. Wel moet ik opmerken dat er ondanks een goede verstandhouding, overeenkomsten in verleden en gedachten, weinig gelachen werd. Het schijnt dat lachen ook allemaal fysische gevolgen heeft, en misschien is een verhoogde aantrekkingskracht daar wel één van. Niet dat ik daar toen me bezig was, nee, ik probeerde de film te volgen, die me eigenlijk steeds minder begon te boeien.
Op een willekeurig moment (neem het meest willekeurige moment) vond ik het genoeg geweest en schoof ik alle gevoelens opzij die me zeiden dat de randvoorwaarde connectie nog niet was gedetecteerd. Het bleef een prachtig meisje en sommige andere gevoelens wegen nou af en toe zwaarder dan de genoemde afwezigheid. Wacht maar, zei ik, eigenwijs als ik was, over een uurtje… wat niet is kan nog komen, niet waar? En zo begon ik m’n queeste ons energieprobleem op te lossen door een eerste stap richting koude kernfusie. Het blijkt wel weer dat ik de ballen verstand heb van scheikunde.
Na met een zachte klik de laptop te hebben gesloten, draaide ik me om, keek haar diep in de ogen, en nog voordat ze de kans kreeg iets te zeggen, nam ik haar de woorden uit de mond door te zeggen dat er kostbare tijd verloren ging. Ik boog voorover, plantte mijn rechterhand zachtjes tegen haar hals aan, mijn duim tegen de welving van haar kaakbeen, terwijl ik als een donkere wolk aan de hemel meer en meer haar gezichtsveld benam. Op nog geen 5 centimeter verwijderd van haar gezicht, mond lichtjes geopend, een draadje speeksel lopend van de punt van mijn tong naar één van mijn voortanden, maakte een gevoel zich meester van mij dat er enkele korte momenten later ervoor zou zorgen dat mijn tong op een erg onaangename manier slachtoffer werd van mijn eigen gebit. Niet lang nadat haar knie zich had geplant tussen mijn benen, liepen druppeltjes bloed langs mijn kin, ingehaald door een enkele impulsieve traan.
Nee geintje, mijn aanpak was verre van fysiek, eerder een directe verwijzing naar het feit dat er leukere dingen te bedenken zijn dan een niet al te beste, nagesynchroniseerde film te bekijken, en dat er niks extra nodig is, behalve haar medewerking. Nee, was het korte, duidelijke antwoord. Goed, schenk dan m’n glas wijn maar vol, braaf vervolgend met datgene waar we al mee bezig waren..
Ga onder de douche staan met de kranen vol opengedraaid en je wordt nog minder snel nat dan als je die avond een stap buiten de deur deed, maar het leek alsof ze er met plezier naar uitkeek, midden in de nacht naar buiten te gaan op zoek naar de nachtbus. Heb je je zwemdiploma, hoorde ik mezelf nog vragen, maar het haastige geklik van haar voeten op de trap overstemde mijn nutteloze geschenk aan de leegte. Vol onbegrip betrad ik vervolgens de huiskamer waar m’n huisgenoten me met vragende ogen opwachtten, evenmin begrijpend waarom het liep zoals het liep.
Denkend aan de neergaande lijn van de week, besloot ik de erop volgende dag meteen mijn volgende troef te spelen, en een schattig meisje op te bellen, dat ik tijdens het weekend ervoor had leren kennen. Ze nam niet op, maar later in de avond kreeg ik een erg veelbelovend berichtje en na eenzelfde tijdspanne zaten we gezellig wat te drinken, te praten en te lachen. Wat er de avond ervoor eventueel in gebreke bleef, was nu aanwezig, plus alle andere factoren waarvoor twee mensen elkaar leuk zouden kunnen vinden. (Waar blijft ‘ie toch, de ‘maar’?) De avond was dus uitermate gezellig, knus, zelfs lichamelijk contact werd gezocht (en beantwoord), MAAR… toen uiteindelijk het moment was aangebroken om door middel van een lang, geestverruimend en liefdevol schouwspel der tongen de parel der liefde te doen fonkelen in het licht van vurend verlangen, sloot de oester zich, de parel onbereikbaar, omsloten door de harde schil van gedachten aan haar vriendje in een ander land, niet eens haar thuisland.
Goed, je moet ook een beetje geluk hebben in het leven om het te bereiken, niet waar? Ik kijk omhoog, zie mijn plafond, zo’n 3½ meter boven me, en het zegt me niets, evenmin de kast die naast mijn bureau staat of willekeurig ander meubel of voorwerp in mijn kamer, en misschien is het wel tijd geworden om een einde aan dit verhaaltje te breien, maar dan niet letterlijk breien, beter een punt er achter zetten, letterlijk dan.
zondag 14 augustus 2005
Bogota
De klok tikt door, maar het tijdstip van m’n vlucht staat vast. In minder dan 40 uur zal een vliegtuig mij in een niet al te blije stemming meenemen, terug naar Nederland. Een stukje van m’n hart zal toch hier blijven, het continent waar ik meer dan een half jaar heb vertoefd, maar vooral in het land waarin ik nu m’n reis eindig. Zonder twijfel behoort Colombia tot één van mijn favoriete landen, van de naturaleza tot de rumba, de costenas en de paisas, de koffie en dat andere, de carribean en de steden, maar vooral de mensen. Het meest vriendelijke volk en de mooiste vrouwen die ik sinds tijden heb ontmoet bevinden zich in dit land. Omdat ik over een half uur (colombiaanse tijd) een afspraakje heb met één van die velen prachtige meisjes, zit ik te stressen om op tijd dit stukje af te krijgen zonder af te doen aan de prachtige ervaringen die de afgelopen 3 weken voorbij zijn geschoten (onmogelijke opgave, maar ik doe m’n best).
Het vliegtuig klom door de enorme wolkeneilanden tot een bepaalde hoogte, een prachtig uitzicht over enorme Amazone, "the jungle is massive". Van het meest zuidelijke puntje van Colombia naar het meest noordelijk gelegen gebied in het land, gelegen aan de Carribean, een paar duizend kilometer noordwaarts aan de andere kant van de evenaar, waar de vrouwen donkerder zijn, en mooier, het strand wit, de zee azul en 25 graden, muziek uit elke hoek komt, de ritme verschaffend aan de mensen dansend op straat, horloges in principe alleen door toeristen worden gedragen en de algehele sfeer alegre is. Aankomend tijdens een groot festival in Taganga, een mooi badplaatsje naast National Parc Tayrona, bracht meteen een smile op m’n gezicht en een kater de volgende morgen. Dit zijn de Carribean, alles tranquillo, de tanden ontbloot, muziek op straat, oude auto’s, mooie en warme zee. Wat een heerlijke cultuur, maar ik betwijfel of mijn westerlijke prestatie-drive zich zou kunnen aanpassen, op de lange termijn gezien dan. Op de korte termijn was het alleen maar genieten, en ik bracht m’n dagen door met een beetje duiken, zwemmen, chillen en tussendoor één van de (fysiek) meest zware dingen die ik heb gedaan in m’n leven, hiken naar de verloren stad (inmiddels weer gevonden), La Ciudad Perdida, maar tevens één van de meest bijzondere deze reis. In de klemmende hitte, vergezeld door miljoenen muskieten 4 dagen lopen door de een prachtige jungle (eerlijk gezegd vond ik het mooier en afwisselender dan la selva), klimmend over rotsen, wadend door rivieren, over modderige en gladde paadjes, langs Indianendorpjes, in een gebied waar de overheid geen controle op heeft weten te krijgen (het is te onbegaanbaar) en de paramilitairen heersen over de coca-boeren. Na 2,5 dagen ploeteren wordt, na een verfrissende douchemassage door de waterval, de onderkant van de lange trap bereikt die ooit dagelijks door honderden Indianen betreden werd, handelswaar brengend en halend, de trap die het begin vormt van het vergane en vergeten centrum van de Tayrona indianen. Het rijk is ten onder gegaan met de komst van de Spanjaarden, het tragische lot dat vele andere Indianenvolken in Zuid-Amerika moesten delen. Echter niet doordat de Spanjaarden de grote goudschatten op brute manier probeerden te veroveren, het gebied was te onherbergzaam voor dat, maar doordat nieuwe ziektes wel de weg had gevonden naar het volk, die er uiteindelijk aan onderdoor ging. Tot zo’n dertig jaar geleden wist niemand van het bestaan van het ooit zo grote volk, totdat een ontdekker bij toeval (zoiets doe je namelijk niet expres) op de stad stuitte. Er zijn geen woorden om de magiek van de plek te beschrijven, maar het overtrof niet alleen al mijn verwachtingen, maar tevens mijn voorafgaande ervaringen in Zuid-Amerika. Zoals zoveel dingen zou wel eens één van de mooiste kunnen zijn van mjin leven. Het moeilijke is om alle verschillende dingen te vergelijken, maar het staat wel diep in mijn herinnering gegrift. Met kapotte voeten (zonder sokken in je Allstars gaan hiken is geen goed idee), maar voldaan, begon ik met het tweede deel van mijn duikcursus, één nacht overnachtend helemaal alleen op het privéstrandje van mijn duikinstructeur, prachtig. Na een succesvol ingevuld PADI-examen, nam ik de bus naar Carthagena, een prachtig oud koloniaal stadje ook in de Carribean. Enorme vestingen omgeven de stad en wijzen op eeuwenlange strijd om dit strategisch gelegen stadje. Enorme kanonnen hebben suicidale posities ingenomen, zodat wanneer een vesting zou worden ingenomen, het meteen zou kunnen worden kapot gemaakt. Ondanks de vele belegeringen in het verleden is de stad, het oude centrum dan, erg goed bewaard gebleven en herbergt een schat aan mooie oude gebouwen.
De Carribean achterlatend, benen schuin in het gangpad van de bus, sliep ik de hele weg van Carthagena naar Medellin, slechts gestoord door een enkele drugs- of wapencontrole. Omdat ik naast een non zat, wist ik dat er niks kon gebeuren, en ik sliep als een engel, de rust die ik wel nodig scheen te hebben, aangezien het programma de nachten erna (tot nu toe eerlijk gezegd) uit weinig meer bestond dan rumbiar.. feesten dus, en de dagen in het teken van herstellen ervan. In Medellin (en sommigen zeggen Cali, ik zeg in heel Colombia) vind men de mooiste vrouwen van het land, zij het dat erg nogal een gedeelte ‘geholpen’ is met plastische chirurgie. Het aantal lelijke oude mannetjes, rondlopend met 20-jaar jongere schoonheden, is verbijsterend, money talks.. Desalniettemin blijft er genoeg over en wordt het allemaal nog makkelijker gemaakt met het de perskaart van Martijn en het verhaal van de reportage over het Colombiaanse nachtleven. De dagen in Medellin, dat haar grootste festival gedurende ons verblijf vierde, Feria de Flores, waren erg zwaar en vermoeiend, ook omdat al sinds Cuzco door ondergetekende niet meer was uitgegaan. Na maandag als rustdag te hebben gekozen, voelde ik me op dinsdag fit genoeg om te gaan paragliden, wat erg makkelijk was, maar verder deed het me niet echt heel erg veel.
Bogota is een stuk kouder dan Medellin, maar verder is het hier erg goed toeven. De oude stad bestaat uit weer eens mooie oude gebouwen, de één weer ouder dan de ander. In het bevindt zich het mooiste museum dat ik ooit heb bezocht, La Donacion Botero, een gift van de bekendste kunstenaar van Colombia. Zijn stijl kenmerkt zich door zijn fetish voor vet, erg bijzonder en grappig, maar in the end ook niet echt meer. Het grootste gedeelte van het museum bestaat echter uit stukken van de grootste kunstenaars uit de geschiedenis, sommigen terecht, en sommigen misschien wat minder, maar ik ben natuurlijk niet degene om dat te bepalen. Het kostte me 4 uur om alles te zien in het museum, en sommige gedeelten waren echt heel erg indrukwekkend. Naast dit culturele uitstapje en enkele wandelingen in dit oude gedeelte van de stad heb ik niet meer gedaan dan uitgegaan, wat hier erg goed is. Eergister bijvoorbeeld naar club ChaCha, op de 41e verdieping van het oude Hilton, uitzicht over de hele stad, en schijnbaar de hipste club op dit moment, alhoewel de sfeer er niet naar was (alom vriendelijkheid in plaats van arrogantie en koude mensen). De muziek eindigde steengoed in een ouderwetse technobeuksessie, waarnaar het pad volgde naar de afterparty, waar ik verder niks over kwijt wilJ.
De laatste dagen tot mijn terugkomst zal ik slijten met melancholisch gewandel, etentjes, slapen en vliegen, constant terugdenkend aan de grandioze tijd vol extremen, en graag nog een tijdje zou willen voortzetten. Van een 50-urige werkweek in het meest langgerekte en zuidelijkste land ter wereld begon ik mijn reis met een bezoekje aan de stad waar het nachtleven niet stopt, Buenos Aires, de cultuur onovertroffen is. Na Cordoba en Salta verliet ik Argentinië met een prachtige bustocht door de Andes terug naar Chili, naar de droogste plek op aarde, de Atacama-desert. Het uizicht, bestaande uit een enorme ongelooflijke uitgestrektheid, levenloosheid (op wat vogels, lama´s en verwante soorten na), leegheid, maar ook afwisseling (enorme vulkanen met witte kappen, rode, groene en blauwe meertjes, zoutwoestijnen, natuurlijk gevormde sculpturen, rode bergketens, gele en groene, zwarte en ook gewoon grijze), naast uiteraard de ongekende hoogte, bracht mij de komende dagen in vervoering. Ook de dagen erna brachten niets anders dan de mooiheid van de leegte, stilte, rust, uitzicht, terwijl we met een jeep de hooglanden doorkruisten in het armste land van Zuid-Amerika, Bolivia. Na enkele dagen in het prachtige, en tevens prachtig gelegen, Sucre, werd de weg vervolgd naar de andere hoofdsstad van het land, de hoogstgelegen ter wereld, La Paz (3700 mtr), waar een afdaling van bijna 4 kilometer per mountainbike over des werelds gevaarlijkste weg werd ondernomen. De adrenaline kwam er ´s nachts aan de bovenkant weer uit, zo vet was het. Na een beetje chillen aan het hoogst navigeerbare meer ter wereld, Lake Titikaka (op 3800 mtr), naar het prachtige stadje Cuzco, de oude Inca-hoofdstad, gelegen aan de Sacred Valley, waar Martijn en ik onze heilige motortocht ons langs de wat minder toeristische plekken bracht, genietend van het adembenemende uitzicht. Na Lima (niet zo bijzonder), surfden we onze weg op naar Mancora en lieten we ons meevoeren door zowel de golven bij het meest westelijke puntje van Zuid-Amerika, als de langste golf ter wereld in Puerto Chicama. De Amazone, dat een schat aan extremen en freaky natuurverschijnselen herbergt waar ik nu geen tijd voor heb om te vertellen, was de volgende stop. Het vliegtuig bracht ons naar de grootste stad ter wereld slechts per vliegtuig en boot te bereiken, waar de boot naar Leticia werd genomen, gelegen in het land met de meeste kidnaps ter wereld. Naast dit wat minder rooskleurige feitje heeft het land alles te bieden, teveel om nu te vertellen.
Goed, ik moet gaan, ben al te laat. Had ik nog maar eventjes… Na, make me happy when I get back zou ik zeggen. Tot snel…
zaterdag 23 juli 2005
Leticia (Colombia)
Naast me zijn twee mannetjes porno aan het bekijken op hun computerscherm, zonder gêne, maar met veel geluid. Ze lachen hard, maar het doet me niks, ik geloof er niet in, het blijft een serieuze aangelegenheid zonder doekjes. Alweer meer dan drie weken geleden daalde ik af, terug naar zeeniveau, het niveau van de zee. Omdat valium hier gewoon zonder recept verkrijgbaar is, was de 20 uur durende busrit goed te doen en leek het net een ritje naar oma Ommen toen ze nog in Overijssel woonde. Vanuit Cuzco, waarschijnlijk de mooiste stad van Peru, tevens de meest toeristische, bracht het ons naar Lima, waarschijnlijk de lelijkste en meest vieze stad van het land, waar meer dan 8 maanden per jaar een ongezellige zeenevel als een grijze sluier het zonlicht van de bewoners ontneemt. Ook mijn astma begon hier chronische vormen aan te nemen, dus na een warm welkom van Marleen (een vriendin van reisgenoot Martijn) en een ochtendje surfen ten zuiden van de stad, kwam een even vluchtig en hartstochtelijk afscheid met de belofte terug te komen en pannekoeken te bakken en te voetballen met straatkids. Weg uit de smog, de rumoerige stad met teveel verkeer en te weinig mooie gebouwen, gezellige steegjes en te doen, en op naar anderhalve week eindeloze golven, schone lucht, gedenkwaardige surf en een jointje op z’n tijd.
De kust van Peru is woestijn, meer is het niet, minder ook niet. Na een nachtelijke busrit door het lege landschap, kwamen we aan in een grijs dorpje ergens in het midden van Peru. In de armere dorpjes van Peru, waarvan dit er één was, is het gros van de huizen onvoltooid vanwege belastingtechnische redenen. Overal steekt dan ook de bewapening boven de huizen uit en ertussen hangt de was te drogen, wat het uitzicht tenminste een beetje kleurt. Ook dit dorpje zou vanuit de lucht gezien met een spijkerbed worden verward, vooral als het regent (zoals wanneer we aankwamen), want dan hangen er geen kleren te drogen. Na ‘s ochtends vroeg ruzie te hebben gemaakt met enkele taxichauffeurs, ze deden moeilijk, uiteindelijk met een 40 jaar oude amerikaan richting de eerste surfspot van de trip. Omdat ik ‘s nachts in de bus al een beetje last van m’n maag had, kwam de bruine waterval, overstemd door trompetkwartet, met afwisselend hobo en dwarsfluit, niet onverwachts. Het leek me verstandig om maar even niet te eten, omdat het niet van beleefdheid betuigt wanneer je een geleend wetsuit viesmaakt. Dat mijn blaasconcert erg krachtig was, bleek wel toen ik weer buiten stond en nagenoeg alle wolken weg waren geblazen, en een stralend zonnetje neerkeek op ons terwijl we de eerste golfjes van die dag te grazen namen. Het gestuntel van de dag ervoor (in mijn geval dan, Martijn is een volleerd surfer, zeker op zijn nieuwe plank), werd gedurende de dag, waarbij de swell toenam tot zo’n 2 meter, een gracieuze dans op de golven en met een glimlach op onze gezichten pakten we ‘s avonds de nachtbus die ons naar het uiterste noorden van het land zou brengen, nog dichter bij de evenaar en de hitte.
Het plaatsje waar we verbleven, Mancora, was een wat toeristischer beachresort, waar de golven door een andere golfstroom iets kleiner en minder krachtig waren, waardoor we genoodzaakt waren om met een stonede oude natuurfreak/surfer/whalewatcher de betere golven te gaan opzoeken op het meest westelijke punt van Zuid-Amerika, punto Lobitos. Gelegen aan een militair oefenterrein, waarbij het half kapot geschoten spookstadje, met casino en al, enigszins Bosnisch aandeed, was dit de plek waar de beste surf van de hele trip was. Onze surfhonger werd gestild met een feestmaal van prachtige rollers tot 3 meter hoogte en enkele honderden meters lengte. Onze fysieke geteldheid werd ook niet heel erg op de proef gesteld, aangezien aan het einde van de surfrit je het strand oploopt en het hele stuk tot de rotsen terug kan lopen om je daar gewoon in de branding te gooien en weer opnieuw te beginnen. De enorme zandduinen die de baai omgaven, de olieplatformen in de zee, het kapotgeschoten dorpje en de eenzame uitgestrektheid van de plek gaf het een mystieke en prachtige sfeer. De perfecte golven, keer op keer, het heerlijke water en prachtige uitzicht werkten bijna hallucinerend. Mooie herinneringen vergezelden ons naar de laatste surfspot, een wereldberoemde surfspot genaamd Puerto Chicama. Ook dit dorp was verstoken van schoonheid, maar de enige rede om erheen te gaan, de langste golf ter wereld, was voldoende om ons enkele dagen bezig te houden. De golf is in weze ook ongelooflijk, wanneer er een goede swell is, wat het was in ons geval, worden de drie opeenvolgende golven één golf en zijn er theoretisch surfritten van minuten en kilometerslang mogelijk. Daar het mij aan voldoende ervaring en conditie ontbrak en zelfs Martijn af en toe moeite had met de golven, werden de golfritten ingekort tot ‘slechts’ een halve kilometer, waarna de volgende golf werd gepakt, net zolang totdat je een paar kilometer gesurft hebt en je de avondvierdaagse terug kan lopen. Niet alleen aan ervaring ontbrak het, maar ook aan surfschoentjes, waardoor ik uiteindelijk met kapotte voeten terugkeerde in Lima. Na een misschien nog wel warmer welkom en een verblijf van twee dagen (heerlijk filmpjes gekeken op de bank), was het tijd voor het volgende avontuur, de Amazone in.
De mooiste stewardess die ik ooit ontmoet heb, tevens mooiste meisje dat ik tot nu toe gezien heb in Zuid-Amerika, zittend tegenover me bij de nooduitgang, zorgde ervoor dat ik in 3 uur tijd precies 1 bladzijde verder ben gekomen in m’n boek. Niet zonder resultaat, aangezien ze me na de vlucht, aangekomen in Iquitos, al haar gegevens gaf, voor het geval ik nog een keertje terug zou komen naar de lelijkste stad van Zuid-Amerika met het mooiste meisje van Zuid-Amerika. Ik bedankte ervoor en gaf haar een zacht zoentje op de wang omdat ze aan het werk was..
In Iquitos verbleven we één dag, aangezien de dag erna de boot richting Leticia vertrok. Twee dagen lang voeren we over de Amazone, langs Indianendorpjes (even zwaaien), hangend in onze hangmat, schaak spelend tegen een Portugeze fotograaf die al anderhalf jaar aan het reizen is en écht de hele wereld over is geweest, lezend en turend naar de eindeloze groene oever. Leticia is een leuk klein dorpje op de grens van drie landen; Peru, Colombia en Brazilië en de enige rede om hierheen te gaan is om de Amazone in te gaan.
Na drie dagen in de jungle van de Amazone, waarvan ik één nacht verbleef bij Indianen en een andere nacht alleen op pad ging de jungle om daar te proberen te slapen loopt mijn hoofd over van de indrukken. Tegenover de fantastische leegheid, droogheid, stilte en eindeloosheid van de hoogvlaktes van de Andes een maandje terug staan de oorverdovende geluiden van de dieren, de ondoordringbaarheid van de jungle, de veelheid en overvloed van alles van de Amazone. Overal fruit voor het oprapen, medicenale en hallucinerende kruiden en planten, bloemen en eeuwenoude bomen, papegaaien, andere vogels en insecten schreeuwend om het hardst, miljoenen vuurvliegjes, licht genoeg om een boek te lezen (eerst africhten), slangen, vissen, kakkerlakken zo groot als je hand, roze en grijze dolfijnen, krokodillen, apen, muggen, mieren. Erg bijzonder was het om te verblijven in een indianendorpje, waar ze een levensstijl op nahouden die al eeuwenlang nagenoeg onveranderd is gebleven. Vis vangen, groente en fruit verbouwen en opeten luidt het credo. Toen mijn gastheer, een ontzettend vriendelijk oud mannetje zonder tanden, zich ‘s avonds tijdens de maaltijd (piranha en andere vis die we ‘s middags zelf hadden gevangen) zich verontschuldigde voor de armoede, antwoorde ik hem dat ik vond dat hij en z’n familie een rijker leven leiden dan veel mensen met een inkomen duizendvoudig aan die van hem. Deze mensen hebben geen zorgen, leven van dag tot dag en leven in en van de natuur, al eeuwenlang. Ik zei dat dat zijn rijkdom was, dat hij geen geld nodig heeft om zijn zorgen weg te kopen, omdat hij er gewoonweg geen heeft. Na deze maaltijd gingen we zonder succes op jacht naar kaaimannen (voor het ontbijt), in zijn boomstam met peddels over kleine riviertjes, verlicht door het felle maanlicht en de vuurvliegjes. Een prachtige ochtendwandeling verder (de jungle is één groot museum), waarbij ik vergeten was insect repellent op te doen (afrader), een supergiftige slang verschalkt had, zat ik alweer in de boot voor mijn solo-avontuur, alleen de jungle in om daar te slapen. In het verleden is er slechts één persoon alleen de jungle ingegaan (in het national park waar ik was) en die is pas 2 weken later ijlend teruggevonden in Brazilië. Vertrouwend op mijn richtingsgevoel en met een klein beetje angst ging ik dus het donkere bos in, het was al tegen zonsondergang, om mijn slaapplek van die nacht uit te kiezen. Beschermd door een erg goed muskietennet zat ik daar, lekker aan het contempleren totdat ik in slaap viel. Het nachtelijk bezoek bestond uit een aantal aapjes die nieuwsgierig aan mijn muskietennet trokken, maar ze vluchtten meteen weg toen ik wakker werd. Mijn kennismaking met de volgende dag bestond uit het belangrijkste kenmerk van een regenwoud, regen, en niet een klein beetje. Mijn spullen bij elkaar pakkend (zwart van de mieren) en hangmat met muskietennet onder de arm, vertrouwend op mijn postduiveninstinct ging ik richting een indianendorp, nog zo’n twee uur lopen in de regen, het was koud en toch wel spannend door de vele verschillende paadjes. Omdat ik wist waar het dorp lag in relatie met een zijrivier, besloot ik eerst de rivier op te zoeken, om daarna noordwaarts te trekken totdat ik bij het dorp zou komen, dat leek me het veiligst. Al redelijk snel, na een klein uurtje, kwam ik, doorweekt en koud, aan bij de rivier, waar op dat moment een paar indiaanse kids aan het schuilen waren in een bootje. Ik had het wel gehad en vroeg of ze me naar het indianendorpje wilde brengen, wat ze wel wilde. Na deze spannende tocht (het had ook anders kunnen aflopen natuurlijk), nam ik de eerste boot terug richting Leticia.
Nu, droog en veilig, in de bewoonde wereld, ga ik een andere wereld bezoeken. Ongeveer een kilometer buiten het dorp schijn je jezelf te kunnen reinigen in een eeuwenoud indianenritueel dat ‘ayahuasco’ of iets dergelijks heet. Daarbij schijn je ook nogal te gaan hallucineren, iets wat meer mijn interesse opwekt, aangezien ik vanmiddag nog gedoucht heb. Ik ben benieuwd wat ik allemaal ga hallucineren, ik laat het wel weten.
Morgenochtend vlieg ik naar het uiterste noorden van Colombia, waar ik nog wat avonturen ga afwisselen met tentamens leren (ja, het gewone leven begint er weer aan te komen..:().
Tot over een paar weekjes!
donderdag 30 juni 2005
Een terugblik vanuit Cuzco
Een stekende pijn in m’n bovenste nekwervels zal het komende verhaal ontdoen van lengte, hopelijk niet in kwaliteit. Ik moet bijna bukken om het beeldscherm te zien. Starlover van Rene Breithbarth in m’n koptelefoon probeert de 13 in een dozijn Zuidamerikaanse smartlappen muziek die achter me uit de speakers knalt te overstemmen, maar door de minimale eigenschappen van dit nummer wil het niet echt lukken. Ik schakel over op een andere internet muziekzender, welke wat meer geluid produceert. Een vage trance-lounge achtige muziek, met water en vogel geluiden, neemt me mee terug naar de afgelopen week, waarin Bolivia werd aangedaan..
Bolivia
De laatste avond in Bolivia, in een plaatsje genaamd Copacabana, gelegen aan het hoogste grote meer ter wereld, Lago Titikaka, heb ik voor het eerst de prachtige verfilming gezien van de reis die Ché Guevara met vriend Alberto Granado door dit continent maakte. Een grappige film met ontroerende beelden over het leven in Zuid Amerika en haar prachtige natuur. Ernesto (Ché) Guevara schijnt door deze reis zo bewogen te zijn geweest, zo onder de indruk van al het ongelijk en onrecht, dat hij veranderde in een idealist, een idealist die al vechtend zijn doel probeerde te bereiken. In Afrika en Bolivia vocht hij aan de kant van de communisten, die hun inmiddels bijna vergeten ideologie probeerden te verwezenlijken. Sommige mensen raken gefascineerd door de ongelijkheid die er is, altijd is geweest en altijd zal zijn en dragen hun steentje bij door vrijwilligerswerk te doen, geld te storten of te vechten in onbekende landen voor een onbekend volk tegen een onoverwinnelijke vijand. Anderen raken moedeloos van alle armoede, arme oma’s op straat, bedelende vieze kinderen, pus lopend uit ontstoken ogen, en laten het voornemen varen om een aalmoesje ter schenken aan een ieder die het nodig schijnt te hebben. Na kennis gemaakt te hebben met armoede in Argentinië en in mindere mate Chili, werd de indruk die werd opgeroepen door dit begrip ruimschoots vertienvoudigd tijdens m’n reis door Bolivia. Bolivia, een land waar vooral de armoede floreert, in het verleden geteisterd door velen oorlogen en meer dan gehalveerd door landroof door de 5 omliggende landen. Vooral het inpikken van het rijke stuk land wat nu de noordelijke regionen van Chili maakt, het stuk land dat Bolivia vroeger met de zee verbond, ligt nog zwaar op de maag bij veel Bolivianen en niets dan haat, ook vanuit hogere politieke kringen, gaat uit richting mijn eerdere gastland.
Zoals je al had kunnen lezen ben ik gestopt met het geven van aalmoezen, het zou mij vroegtijdig failliet hebben gemaakt en daarnaast wil ik iedereen gelijk behandelen. Voortaan alleen maar geld uitgeven aan mensen die iets anders te bieden hebben behalve een dankbare blik. Toch raar, als het meevalt, of virtually non-existent is, ben je eerder geneigd om een arme ziel in landschap van rijkdom en zorg te voorzien van een bijdrage, proberend dit puistje ongeluk uit te vlakken naar die stijgende rechte lijn die de economie van de rijkere landen voorstelt. Dan reis je opeens in Bolivia, waar arm zijn eerder regel dan uitzondering is en dan neem je genoegen met een landschap van bergen onverzorgde, ongelukkige mensen, de hoop in hun ogen verscholen achter de rits van m’n portemonnee, een landschap van een volk dat zich schaamt, jaloers is, op de bodem van de oceaan leeft, snakkend naar adem, de rechte opwaartse lijn een neerwaartse spiraal. Toch heeft dit land mij veel geboden, de week dat ik er was.
San Pedro – Uyuni
Nadat we Chile verlaten hadden in wat brakke jeep, begon hoofdpijn en lusteloosheid aan me te vreten naarmate we hoger gingen, richting onze overnachting die op 4900 meter in een onverwarmde bunker, zonder stromend water of ander luxe. Aangekomen bij dit toch wel bewoonbare oord (er leefden mensen, waarvan is nog een raadsel, het zal wel een eeuwenoud Indianengeheim zijn), kon ik niets meer dan op bed liggen. Elke stap was ook echt te veel en dit weerhield me ervan om de mooie zonsondergang over het meer te zien en mee te kunnen doen aan het groepsspel..
De volgende ochtend vroeg, na een wat moeizame nacht, gooide ik de 8 dekens van me af en liep naar buiten, waar de net opgekomen zon enige warmte bood, ik had m’n kleren nog aan. Sjaal en muts, en nog een fleecejas verder, wandelde ik alleen de zon tegemoet, aangemoedigd door schreeuwende meeuwen, één van de weinige diersoorten die op deze hoogte kunnen overleven. De brandende zon in mijn gezicht verwarmde en bracht mijn halflevende lichaam weer op aarde. Aan de andere kant bracht de oorverdovende stilte, die steeds minder werd onderbroken naarmate ik verder liep, verder van de vuilnisbakken rond de veste vandaan waar de meeuwen zich vooral ophielden, me in vervoering en ik realiseerde me dat dit de eerste keer is sinds lange tijd dat ik me buiten de beschaving, dat op een platform van geluiden rust begeef. Immense rust en geluidloosheid waren mijn buren nu en leeg en zo licht als een veertje ging ik vooruit, walking on sunshine… maar al snel realiseerde ik me dat het helemaal niet stil was, maar dat de lucht gevuld werd met geluidsgolven van wind, water, vogels, mijn eigen voetstappen.
De drie-daagse jeeptocht door het meest ongherbergzame gebied wat ik ooit gezien heb bracht prachtige vergezichten, vulkaanlandschappen, velden van vreemd geërodeerde stenen en andere natuurverschijnselen voordat we weer in de buurt van beschaving kwamen. Dit luidde het begin in van een reis door de tijd, op en neer, 13.000 jaar terug (toen de eerste Indianen Bolivia bevolkten) tot het heden. De eerste tekenen van beschaving kwamen de derde dag, toen we alweer een stuk in hoogte gedaald waren en niet al het water bevroren was. Deze beschaving, bestaande uit Indianen levend van landbouw en lama’s, woonde in stenen huisjes zonder voorzieningen, leefde van wat ze maakten en gebruikten voorwerpen die ze zelf fabriceerden. Het contact met de buitenwereld is nihil door het afwezig zijn van auto’s, goede verbindingsroutes en waarschijnlijk de mensen zelf. Echt alleen de jeep waar we in zaten, onze digitale camera’s en alle andere nieuwerwetse dingetjes die ons omgaven deed aan een andere wereld denken, onze wereld.
Uyuni – Sucre
Een enorme zoutvlakte verder, ik had inmiddels genoeg zoutvlaktes gezien om er nog van onder de indruk te raken, zou ik op de proef worden gesteld met m’n eerste busrit in Bolivia. De vrouw die ons de bustickets verkocht was even vergeten te melden dat we midden in de nacht enkele uren op een parkeerterrein van een busterminal halverwege zouden stilstaan, om vervolgens de busrit te hervatten. Echter, enkele uren werden al gauw meer dan 5 uur in een ijskoude, stinkende, overvolle bus met te kleine stoelen. Net op het moment dat mijn moeheid de slag van mijn irritatie begon te overwinnen, begon een Indiaanse man, zittend net voor me, en een Indiaanse vrouw, zittend aan de andere kant van de bus, zo’n 5 meter verder, een lange-afstands conversatie, waardoor irritatie haar troepen kon versterken en moeheid nog enkele uren onder de duim kon houden. Van dit soort dingen ga je niet dood en al na een aantal minuten in de prachtige stad Sucre werd dit nachtelijk drama vergeten. Een stad die alle originele gebouwen nog niet heeft verloren aan oorlog, aardbevingen of brand, rijk is aan marktjes en mooie pleintjes, goed verzorgde parkjes en kleine schattige straatjes. Een stad die aanvoelt als een drukke plaats, alles binnen loopafstand, door de glooiing waarop het gebouwd is af en toe nog wel vermoeiend. Dit is Zuid Amerika, dacht ik lopend door de levendige stad, warm door de altijd schijnende zon, rumoerig doordat alles op straat gebeurt, alleen slechts één mooie inheemse gezien.
Sucre – La Paz
La Paz was meer een stad die aan een hoofdstad deed denken van een arm land als Bolivia dan Sucre, maar beide steden maken aanspraak op deze titel. La Paz is groot, vies, vol met lelijke gebouwen en veel verkeer en onnoemelijk veel arme mensen die je proberen te beroven. Op een ingenieuze manier raakte Martijn zo zijn camera kwijt, nadat zijn tasje opengesneden was. De dag nadat we aangekomen waren in La Paz, hebben we doorgebracht ten noorden van de stad, waar we met mountainbike vanaf 4800 meter een afdaling maakten van 63 kilometer om vervolgens 3.7 kilometer lager uit te komen. Het eerste stuk was een asfaltweg, en er werden snelheden gehaald van 80 kilometer per uur. Het tweede stuk bestond uit een dirt road waar regelmatig, lees: om de drie weken iets de afgrond instort en daarom ook wel de gevaarlijkste weg ter wereld wordt genoemd. Het straatbeeld wordt dan ook bij nagenoeg elke bocht opgeleukt door kruisjes, beeldjes en bloemen. Het monument dat er neergezet was om 8 geliquideerde vrijheidstrijders te herinneren is dan ook een aantal jaren terug het ravijn in gereden door een bus met 43 Bolivianen, waarvan één overlevende.
De prachtige tour begon op het asfalt waar het adrenaline gehalte van ons bloed eens flink werd opgehoogd door de extreem hoge snelheden die we haalden. Na een wegblokkade van de Boliviaanse drugspolitie waar we gecontroleerd werden op grote hoeveelheden cocabladeren kwamen we na een uurtje of wat aan bij het zanderige gedeelte waar onze fietsen nog een keer op veiligheid gechecked werden en begonnen we aan de gevaarlijkste weg ter wereld. Op veel plekken is het zandpad zo smal dat er maar één vrachtwagen past. Als verkeer van boven het verkeer van beneden kruist moet de onderste vrachtwagen een stuk terugrijden naar een breder punt in de weg om zo de ander te laten passeren. Er is geen ruimte voor ook nog een mountainbiker dus je moet goed opletten en achter elke blinde bocht (en die zijn er tientallen) een vrachtwagen verwachten. Als je een vrachtwagen tegenkomt op een smal stuk weg moet je stoppen en aan de rechterkant van je fiets afstappen. Een aantal weken geleden deed een Frans meisje dat namelijk niet en de eerste grond die zij onder haar voeten voelde was 500 meter lager. Samen met Martijn reed ik voorop, logisch, aangezien wij beiden stalen zenuwen hebben. We hadden er gelukkig voor gekozen wat meer te betalen en hadden naast voor- ook achtervering waardoor onze billen gespaard werden en we extreem goede wegligging hadden. We reden achter onze gids aan en zonder angst (of misschien een klein beetje) ontweken we stenen en kuilen, doken we bochten in en vlogen we op 50 cm afstand langs ravijnranden. We genoten van de hoge snelheden, de adrenaline die ons door ons lijf gierde en van de prachtige vergezichten. Hoe lager we kwamen hoe warmer de lucht werd en hoe aangenamer het zonnetje begon te schijnen. Na een lange afdaling, bedolven onder een laag stof, konden we genieten van een biertje bij het zwembad en een heerlijk buffet.
‘s Nachts kwam dit buffet, door nog een aanval van hoogteziekte gecombineerd met extreme inspanning, er in omgekeerde volgorde waarop het erin ging weer uit (FILO voor de kenners).
La Paz – Copacabana
De laatste stop van ons Bolivia avontuur was Copacabana, zoals gezegd gelegen aan het hoogste meer ter wereld. Een rustig en leuk plaatsje met een een leuke omgeving, die per motor werd ontdekt, de beste manier, want je hoeft niet te trappen en je kunt nagenoeg overal heen. Een mooie boottocht werd ons ontnomen, doordat er niet genoeg toeristen waren en we zouden meer moeten betalen. Zonder pinautomaat werd dat lastig en de ochtend werd ingevuld met een aantal potjes schaak in de zon.
Copacabana – Cuzco
Het was zo’n succes, het motor rijden, afgezien van de nooit meer schoon te krijgen broek en trui, dat we vandaag, in Cuzco, meteen weer op zoek waren gegaan naar een motorverhuurwinkel om op deze manier de omgeving op een goedkope en veel leukere manier te ontdekken. Macchu Pichhu, hoe interessant en adembenemend het ook moge zijn, laten we voor wat het is, en we zullen ons toeleggen op de wat minder bekende, en bezochte, overblijfselen van de Inca cultuur die hier in de omgeving in overvloed zijn. Hierover, en het komende surf avontuur langs de Peruviaanse kust, waarschijnlijk weer over een weekje of meer. K.T.B. van Robag Wruhme luidt het einde van dit geschreven avontuur in, een mooi nummer om te eindigen.
zaterdag 18 juni 2005
Een terugblik vanuit San Pedro de Atacama
Buenos Aires, the come-back
Gelukkig ben ik het wel, reizende op 1 van de meest diverse continenten ter wereld. Na drie maanden Santiago, waarbij de laatste paar weekenden toch redelijk afwisselend werden doorgebracht, keek ik er echt naar uit om de stad te verlaten, de rug toe te keren, niet meer om te kijken. In de verte zag ik lichtpuntjes van herkenning, een aantal leuke mensen die ik 4 maanden eerder had leren kennen en mij onderdak en vertier zouden brengen in 1 van de leukste steden in Zuid-Amerika. Donderdagmiddag kwam ik aan en na wat gegeten te hebben en gedronken, ging ik eindelijk weer eens echt goed uit.
´Club 69 was een erg basic club, grote ruimte en een kleine, verschillende podia, maar wat een show! Eerst, bijgestaan door heerlijke electrotunes, gaven de breakdancers een prachtshow, ik zou het bijna topsport noemen. Later op de avond, toen de minimal en wat hardere techno afwisselend met 80´s disco-classics de zaal vulde, was het de beurt aan de prachtig verklede dansers (als de band KISS), die een soort gothic-porn show weggaven, werkelijk prachtig.´
De week, waarbij de nachten lang waren, het slaaptekort steeds schrijnender vormen aan begon te nemen, de dagen werden benut met het bezoeken van de wat toeristische-culturelere dingen waar ik in februari niet aan toe was gekomen. Prachtige gebouwen en mooie tentoonstellingen vulden mijn vizier gedurende de dagen, mooie meisjes, hippe clubs en goede en wat mindere muziek vulden de nachten. Een gegeven dag werd ik 's ochtends wakker door sirene onder aan het appartement dat ik mocht gebruiken, vervolgens door een aantal mensen die in de gang bezig waren. Ik doe vervolgens de deur open, na een uurtje slapen en daar ligt mijn buurman op een brancard, de buurman waar ik de avond ervoor nog een feestje bij had, nu bewegingloos met overhemd wat hij de vorige avond nog aan had onder het bloed. Even bewegingloos als hij keek ik verbijsterd naar de flinke japen die een een landschap van ravijnen en rode rivieren rond zijn nek vormden. Iets later overwon mijn vermoeidheid het weer van mijn eerste zelfmoordervaring en bevond ik me in een wereld van wereldse dromen. Een ander opzienbarende gebeurtenis was mijn eerste Zuid-Amerikaanse voetbalwedstrijd, en niet zomaar ééntje, the battle of South-America. In het River Plate stadion kwam Brazilie op bezoek om de Argentijnen eens voetballes te geven. Dat het anders zou lopen had zelfs de meest naieve Argentijn niet gedacht. Argentinie won terecht, na een prachtige wedstrijd met prachtige goals, met 3-1. Tijdens de wedstrijd en ervoor was de publiek, bestaande uit slechts Argentijnen (voorzover ik kon zien), totaal loco, schreewend, huilend, zingend en vooral scheldend. De kleinste kids schreeuwden hun pa achterna met gevleugelde woorden als puto negro (negerhoer) en concho de tu madre (kutje van je moeder). De sfeer was grandioos en het was een mooie laatste avond in Buenos Aires, die werd afgesloten met een bezoek aan een dure en prachtig ingerichte club in de haven, met een hele horde arrogante jongeren. Als je geld hebt moet je het laten zien en vooral proberen zo oppervlakkig mogelijk te gedragen, met of zonder zonnebril, en NIET LACHEN!!! Gelukkig bevond ik me in goed gezelschap en waren de vrouwen mooi.
Vervolgens...
ging ik naar Cordoba, om een paar dagen bij een meisje dat ik nog uit Londen kende te verblijven. Ook niet onaardig uitgegaan daar, maar niet echt vergelijkbaar met Buenos, de mensen zijn wel een stukje vriendelijker. De stad boeide me ook niet echt en na een paar dagen was trok verder noordwaarts richting Salta. Salta is een leuk stadje, met mooie kerken en pleintjes, maar erg bewolkt en frisjes. Ik ben van daar uit een dagje de Andes in gegaan, door prachtige valleien, richting ongekende hoogtes (ver boven de wolken uit, >4000 mtr.), over immense zoutvlaktes, langs pre-inca indianen ruines, waarvan de ex-bewoners 1000 jaar lang dit dorre, levenloze gebied bewoonden, waar de wind vrij spel heeft en slechts grote cactussen, fier rechtopstaand, blijk geven van enige vruchtbaarheid. Bijna even indrukwekkend was de tocht door de Andes de dag erna, een 13 uur durende tocht naar het plaatsje waar ik nu in een internetcafé deze woorden schrijf, de muziek inmiddels overgegaan naar lounge. Dit lieflijke dorpje, waar alles rustig aan gaat, ligt naast de droogste woestijn ter wereld, de Atacama-desert. Het regent hier niet meer dan 10 dagen per jaar, en dan alleen ´s middags. Het herbergt dan ook een landschap dat niet met foto's, noch met woorden te vatten is. De naam Valle de la Luna (Maanvallei) is niet voor niets gekozen om het buitenaardse van dit gebied te kenmerken. Overdag is het levenloze en gortdroge aanzicht van al heel bijzonder, maar ik was toch echt heel erg onder de indruk toen ik gister op m'n fiets, slechts door maanlicht en sterren (meer dan ik ooit gezien heb) verlicht, door de vallei heen reed. Wat een prachtig gezicht en zelfs de zwaartekracht leek verdwenen te zijn terwijl ik door deze surrealistische creatie van droogte, wind en een paar dagen regen per jaar fietste. Slechts de maan, die mij voldoende licht gaf om m'n weg terug te vinden, deed mij terug op aarde belanden en me beseffen dat ik me toch echt niet op de maan bevond. Bolivia gaat me de komende dagen haar natuurschatten laten zien, hopelijk zonder al te ziek te worden. Peace out
donderdag 26 mei 2005
Adios Chile! Q el viaje empiece..!
Afgelopen weekend
Uiteraard liet ons dat geenszins afschrikken en zodra wij de kans hadden, bevonden ondergetekende met kornuiten Martijn en Jasper zich zover buiten de piste dat er waarschijnlijk nog nooit een mens een voet heeft betreden. Over besneeuwde rivieren en door dichte bossen roetsjten onze boards verder richting het middelpunt van de aarde om uiteindelijk uit te komen bij een dood einde. Dat betekende dat ook wij hetzelfde lot waren beschoren als die laffe soldaten, ware het niet dat wij wel op wat doorzettingsvermogen mochten rekenen voor onze klim recht omhoog van circa 20 meter. Jasper, die 5 minuten eerder net niet in een grot was gereden (wat ongetwijfeld de dood tot gevolg had gehad), had zichtbaar moeite met de bamboetakken die, zodra ze de kans hadden, hem een veeg in z’n gezicht gaven. Ik kende dat geintje inmiddels wel en beet me vast in de zeer sterke boomsoort om me zo omhoog te hijsen. Na een intensieve klim en een lange tocht door het al donkere bos kwamen we uit bij bekend terrein, zoals we allemaal hadden verwacht. Ergens in het bos wachtte een door de vulkaan verwarmd zwembad op ons, wat niet alleen rust, maar ook gezelligheid bood.
Omdat Pinksteren hier een weekend later valt, God mag weten waarom, heb ik drie dagen mogen genieten van de bergen rond Chillan. Het heeft mij, noch een andere compaan, windeieren mogen leggen. Tim, een slimme Duitser die heel veel van computers weet, maar desalniettemin sociaal ook niet onbegaafd is, heeft zijn rib de eerste dag gebroken toen hij slechts enkele meters van de piste verwijderd hardhandig in aanraking kwam met een hele oude, maar puntige steen, vlak onder het zichtbare oppervlak van de witte sneeuwkristallen ‘die zo lekker glijen’. Ikzelf ben er met een lichte bronchitis afgekomen, alhoewel ik graag erger voordoe (vooral om mijn verantwoordelijkheden te ontlopen). Nu ik eindelijk aan de antibiotica zit gaat het stukken beter, maar ik denk dat ik niet meer in leven was geweest zonder slaappillen, die dingen zijn letterlijk echt héél relaxed, ik denk dat ik er vanavond maar weer aan ga, lekker genieten van die halve roes voordat je slapen gaat.
En het weekend ervoor
M’n bronchitis zou eventueel ook al het vorige weekend zijn opgelopen, omdat ik eigenlijk al voordat ik in de auto naar Chillan zat een paar dagen ziekteverlof had genomen, en dat was niet vanwege mijn luiheid (project was inmiddels op enkele puntjes zo goed als afgerond) of de kwaliteit van de Chileense televisie. Over het laatste, ik kan alleen oordelen over de netten die gratis (niet-kabel) worden aangeboden; het is nog simpeler dan Sylvie Meis die een gesprek heeft met Jeroen Post over wat dan ook, want diep kan in elk geval eerst genoemde er niet op in gaan, want anders vliegt haar pet af. Gelukkig had een nieuwe compaan van mij, Martijn van Hoekzn., mij een boek geleend, genaamd ‘Batavia’s Graveyard’, waarin erg veel geschiedenis over de VOC in voorkwam en lekker weglas. Alle andere boeken die mij vergezeld hadden over mijn reis naar dit werelddeel waren lang uit en ik was erg verheugd met deze nieuwe aanwinst. Maar goed, zoals ik dus al zei, ik had mijn bronchitis waarschijnlijk te danken aan het weekend ervoor, wanneer ik met drie anderen een gebied meer in de buurt van Santiago bezocht, Cajon del Maipo. Meer dan dat het er mooi is en dat ze ook natuurlijke termale baden hebben, veel mooier dan in Chillan (zie foto’s), valt zeker wel te zeggen. Ten eerste de rit, die iets verlaat aanving, na een zware nacht mijnerzijds en een weinig ophaasten van de anderen waardoor ik gewoon mijn langzame gang kon gaan (stom van ze), was erg boeiend. Na het natuurgebied binnen te zijn gereden begonnen de wolken zich boven ons samen te pakken en al snel had de zon het nakijken. Hij (zij?) kon niet zien hoe wij midden in een sneeuwstorm de bergen bedwongen met ons zwarte moster, een Nissan Pathfinder V6 4.2 liter. Ons doel van die dag, de termale baden, baños Colina genaamd, lagen aan het einde van de cajon en kon slechts bereikt worden over een smalle, besneeuwde weg, omgeven door rivieren en steile hellingen. Met slechts 2 meter zicht wist onze chauffeur glijdend alle rotsen te ontwijken noch in het ravijn te storten. Opgelucht konden wij ademhalen toen eindelijk het doel in zicht kwam en de adrenaline die tijdens deze tocht was aangemaakt werd in het warme bad, met uitzicht over de vallei, beantwoord door een overheerlijke kruidensigaret. Een tijdje later, toen het al avond was en onze auto hadden geparkeerd met behulp van een persoon die slechts zeehondengeluiden maakt, werden we een overheerlijk restaurant aangeraden. Omdat niemand vegetarisch was en iedereen beretrek had, werd een grote schotel parillas, verschillende soorten vlees, besteld met nog wat frieten en salade. Toen we weggingen had niemand meer honger, maar dat kwam niet door datgene wat er in onze buikjes zou worden verteerd, maar door datgene wat we buiten aan de zwerfhonden doneerden. Het benam zelfs deze uitgemergelde en natgeregende mormels in eerste instantie de eetlust, maar door hun overlevingsdrang wisten ze hun smaak en reukzintuig op non-actief te zetten en niet alleen de aardappelen op te eten. De aanblik van gebakken darmen, chunchulos genoemd, aan stukken gereten door de toestromende horde straathonden, benam mij voor de tweede keer binnen een uur m’n eetlust, wat kokhalzende neigingen tot gevolg had. De eerste keer dat mijn eetlust werd benomen was vlak nadat de aardige bediende ons de dampende en pruttelende schotel vlees voor onze neus zette, toen nog een aantrekkelijk bouwsel. Mijn blik viel meteen op een donkerbruine, bijna zwarte worst, en ik aarzelde geen moment. Twee seconden later lag de bruingeblakerde worst op m’n bord en ik wachtte netjes totdat iedereen zijn keuze had kunnen maken. Ondertussen was ik al een mooi stukje aan het afsnijden dat even later tussen mijn watertanden zou verdwijnen. Mijn hand hief zich op, de vork stevig vastklemmend, en datgene wat aan het uiteinde richting mijn mond bewoog, bereikte vlak voordat ik een hap nam, mijn neus en deed mijn neusharen rechtovereind staan van schrik. Waarschijnlijk doordat ze verlamd waren door datgene wat ze zojuist hadden geroken, waren ze te traag in het waarschuwen van mijn hersenen en bevond het stuk restafval zich al in mijn mond, die op dat moment, net te laat dus, doorkreeg dat er iets niet in de haak was. Ik reageerde daarop om het stuk bloedworst resoluut terug op mijn bord te spugen en een naargeestig geluid te maken, in combinatie met het schudden van mijn hoofd met de ogen gesloten. Dit herhaalde ik nog één keer, zij het minder heftig, alvorens mijn glas wijn in één keer leeg te drinken. De andere stukken vlees waren van net zo’n erbarmelijke, zo niet erger (wie eet er nou darmen??), kwaliteit, evenals de bordjes vet, in de vorm van patat, en de gemengde salade, waardoor meer dan 80% van het opgediende meeging als doggiepack. Kennelijk waren de honden buiten dezelfde mening over het eten beschoren, want het verwachte schouwspel bleef uit. Slechts over de aardappelen werd een beetje heen en weer gekibbeld.
Zo zie ik dat ik al een flink stuk tekst over de afgelopen twee weekenden heb geschreven, maar verwacht niet dat ik dat over de overgebleven weekenden ook doe. Over een kwartiertje is de heerlijke mix van Richie Hawtin waarnaar ik nu aan het luisteren ben afgelopen en ik ben dan ook van plan om huiswaarts te gaan. Over de rest van de tijd in Santiago kan ik zeggen dat ik eindelijk een beetje door heb waar uit te gaan zonder gedesillusioneerd op de dansvloer te staan te luisteren naar die dertien-in-een-dozijn nummertjes waar je heerlijk met z’n tweeën op kan dansen volgens bepaalde aangeleerde pasjes die mij niet boeien. Anyhow, ik heb mijn draai inmiddels, nu m’n vertek aanstaande is, wel gevonden hier en zou nog wel wat langer kunnen blijven. Toch is de kriebel om nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe dingen te doen, te reizen, gezonde lucht te ademen en vreemde landschappen over je ogen te laten dwalen groot genoeg om de opgedane kennissen en mogelijkheden hier een rug toe te keren. Mijn vizier is vooralsnog erg beslagen, maar along the way zal het beter zicht bieden. In het kort zal ik vertellen wat ik van plan ben en waar ik te vinden ben de komende maanden....
Tja... en nu?
Na morgen eerst de formaliteiten hier op ING te hebben afgerond met een serieus, doch erg gezellig en bemoedigend gesprek met de 1-na-hoogste baas en vervolgens de CEO, Tom Kliphuis, zal ik mij huiswaarts spoeden om mijn laatste spullen te pakken. Enkele momenten later zal er een auto voor staan om mij naar Argentinie te rijden voor een interessant weekend (feesten voorzover mijn gezondheid het toelaat), waarvandaan ik mijn reis later het weekend richting zuid Argentinie zal ondernemen. Na enkele dagen in Argenitinie gesnowboard te hebben zal ik in de Patagonië met boot en bus over de Andes naar zuid Chile gaan om daan wederom te gaan snowboarden en een beetje van de mooie natuur te genieten. Een lange, maar door Valfax en soortgenoten een verdraagzamer reis, zal mij weer terugbrengen naar de stad waar ik 3 maanden lang te gast ben geweest. Omdat de beste sneeuwgebieden hier in de buurt liggen, zal ik proberen om hier het openingsweekend ook nog even mee te pakken om vervolgens de wintersportspullen in een zak naar Nederland te sturen en naar het noorden te trekken. Na een korte stop in Iquique, waar ik ga surfen, zullen maanlandschappen van noord Chile, zoutwoestijnen van Bolivia, oude indiaanse overleveringen van Macchu Picchu, prachtige golven in Peru, jungletochten in de Amazone, verlaten strandjes in de Carribean, verborgen steden in de jungle, vette feesten en prachtige vrouwen in Medellin en de vele andere verborgen schoonheden die ik onderweg tegenkom mij in extase brengen, me laten verbijsteren en misschien wel weer veranderen.
Hopelijk overleven we het allemaal
vrijdag 1 april 2005
Santiago.. een impressie de eerste maand
Hoewel het al een maand is dat ik me in het langgerekste land ter wereld bevind, zal ik mijn verhaal niet gaan rekken met gekunstelde zinnen of lange verhalen. Er zijn genoeg foto’s om te bekijken, en ik ben al meer dan 10 uur per dag gezeteld achter een computer, waardoor mijn zin om iets leuks te schrijven danig is geslonken. Tevens vallen er al zeker 4 dagen per week af om iets noemenswaardigs te vermelden. Misschien is het wel noemenswaardig of interessant genoeg om hiervan de rede te vertellen, misschien ook niet. Toch, voor de mensen die tijd over hebben, enkele woorden over mijn burgerlijke bestaan hier (door de week dan). Zou het verband hebben dat ik het in slechts enkele zinnen kan verwoorden, en het feit dat het saai is (om te vertellen)? Een soort zelfbescherming dat saaie dingen meestal buiten de gesprekstof vallen... mmm, ik denk het toch niet. Ik heb wel eens een saai gesprek gehad namelijk, iedereen wel als je het mij vraagt. Maar goed, ter informatie, mijn dag ziet er ongeveer zo uit:
7.45 opstaan en naar werk
8.30 – 13.30 werken
13.30 – 14.45 lunch
14.45 – 19.00 werken
19.00 – 23.00 naar huis, boodschappen (soms), naar de gym, koken, eten
23.00 – 7.45 slapen
Deze regelmaat staat vast, en moet dagelijks aan worden vastgehouden, anders gebeuren er dingen die ik niet wil. Bijvoorbeeld, ik ga niet werken, dan word ik ontslagen en dat wil ik niet. Ga ik niet lunchen, dan val ik flauw en wat doe je anders tussen de middag, even een berg beklimmen gaat ook zo moelijk in een uurtje. Naar huis gaan en boodschappen doen hebben weer invloed op de mogelijkheid te gaan eten en slapen, welke weer invloed hebben op mijn levensvatbaarheid. Dan houden we het gaan naar de gym over, wat enigszins subject kan zijn aan verandering. Maar nee, dat lijkt me toch niet verstandig, omdat een andere manier om enigszins te bewegen niet echt mogelijk is en beweging noodzakelijk is om geen carpaal-tunnelsyndroom, tendinitis, tenosynovitis of andere musculoskeletaire aandoeningen te krijgen. En hoewel ik dus deze vorm van lichaamsbeweging redelijk ver af vind staan van wat ik eigenlijk sporten noem, beschouw ik het als noodzakelijk. Blijft niet veel over, niet waar?
Wel waar.. de weekenden!! Laat ik mij dan maar even richten op de weekenden, en wel in volgorde waarin ze plaatsvonden, de zogenaamde tijdsvolgorde.
Weekend 1 – Isla Negra
Na een rustig weekje, waarin ik en Jasper kennismaakte met de ING en tevens onze laatste week Spaans inkopten, om maar weer eens een studententerm te gebruiken, was er, zoals wekelijks, een weekend bestaande uit een zaterdag en een zondag. Eigenlijk kan ik me alleen zaterdag overdag herinnenen, de dag dat mijn toeristische ik een frisse verassing kreeg te verduren. Staande op een rots, de zon in m´n gezicht, kijkend over een lief klein strandje, Isla Negra, waarop de beroemde Chileense schrijver Neruda een huisje heeft staan. Een pelikaan ontweek de schuimende koppen van de enorme golven, die ondanks verwoede pogingen het strand probeerden te bereiken, maar zich keer op keer stuksloegen op beschermende partij rotsen. Eén van die rotsen moest mijn gezelschap maar voor lief nemen terwijl ik enkele foto’s aan het nemen was van het zeker niet onaardige uitzicht. Een prachtig hoge golf nam een aanloop om zijn poging het strand te bereiken te doen mislukken, mooi.. wat een grote golf dacht ik vlak voor ik nattigheid voelde. Snel probeerde ik nog mijn camera in veiligheid te brengen door m’n armen in de lucht te gooien, maar de gof was zeker net zo hoog als mijn cumulatieve arm- en lichaamslengte, waardoor niet alleen ik, maar ook mijn iets minder tegen water bestand zijnde digicam werd verrast met een heerlijk verfrissende zoute deken van water. Gelukkig stonden er veel mensen vanaf het strand te kijken, waardoor ik een applausje kreeg toen ik afgedaald was en het droge zand weer tussen mijn tenen bewoog. Dat deed me goed. Nog wat foto’s gemaakt, zonder dat m’n schermpje het deed, totdat m’n camera er helemaal mee ophield. Enkele dagen gaf lang hij teken van een lichte verkoudheid, net als ikzelf, ik had immers geen warme kleren die dag en erg warm was het nou ook weer niet, totdat hij plotseling beetje bij beetje weer functioneerde. Ik ben inmiddels ook weer helemaal de oude.
Weekend 2 - Santiago
Met een weer prima werkende camera, maar een slecht functionerende maag, viel het besluit om in Santiago te blijven. Veel gewandeld, leuke dingen gezien, en daarvan foto’s gemaakt. Ik kan me ook vrij weinig herinneren, behalve dat ik m’n hangmat (met dank aan Simon), heb geïnstalleerd en ‘knetterlekker’ heb gechilled met een boekje op schoot. Ik kan nog niet echt een mening vormen over Santiago, voorlopig is het wel aardig, en vooral de mensen staan me aan, maar dat is vaak zo wanneer het wederzijds is (meer een persoonlijke kwestie denk ik dus). Door naar het volgende weekend...
Weekend 3 – Pichilemu
Terwijl de Wighnomy Brothers me verblijden met hun remix van This World (Slam feat. Tyrone Palmer) ga ik enige woorden schoonmaken aan een zeker noemenswaardig weekend. Extra vroeg vertrokken vanuit werk, gingen we richting Pichilemu, een 5 uur lange tocht (het kan overigens in minder dan 3 uur) richting het zuiden, door uiteraard glooiend landschap. Moe werden we meteen opgewacht door een horde hoteleigenaren die ons allemaal graag wilde hebben. Natuurlijk twijfelden we niet aan de locatie die ons onderdak zou bieden, de Jamaica Inn. De kosten per nacht waren minder dan die van de maaltijd die we daarna in een restaurant nuttigden, zo’n 5 euro per nacht. Waarom naar Pichilemu? Dit werd de dag erna, maar nog meer de dag daarna zichtbaar, wanneer af en toe prachtige golven mijn onvermogen om deze op een fatsoenlijke manier te berijden zichtbaar maakte. Desalniettemin was het genieten om weer eens te surfen en (vaker) je te laten meenemen door krachtige golven, niet wetend wanneer je weer bovenkomt, naar adem happend bovenkomt om de volgende alweer op je af zien te komen. Het weer was prachtig, de omgeving evenzo, het water ijskoud en de mensen heel erg warm. De zaterdagavond was ook prima, relaxed gechilled bij de eigenaar van een surfshop waar we onze boards hadden gehuurd. Dat de locale discotheek (uiteraard) alleen Spaanstalige nummers draaide, slecht gecoverd en nog minder dansbaar, kon me dus niet zoveel deren.
Weekend 4 – Reñaca
Vanwege de eerdere verwikkelingen tussen Judas en Jezus, en de waarde die aan deze kwestie werd gehecht door de jaren heen, was het een dagje eerder weekend. Dat dit gevierd moest worden was duidelijk en hoe doe je dit zonder er al teveel moeite in te steken? Een geniale ingeving (we gaan ons bezatten...), 8 euro lichter en een fles rum en twee flessen cola zwaarder liepen we in het zonnetje naar huis. Na drie weken ongezond weinig alcohol tot me te nemen was er geen omkeren meer aan. De eerste paar glazen gleden met zoveel genot naar binnen als daar waar je nu aan denkt, tenzij het niet te genieten is. Gelukkig kwam het er niet direct weer uit. Na met moeite het laatste restje alcohol in m’n keelgat te laten verdwijnen, werd een aanstalte gemaakt om te vertekken richting muziek en meer alcohol. Een stuk of wat aanstaltes verder liepen we op straat, nog een heerlijk temperatuurtje, een jochie haalde stripboeken uit een vuilniszak. Wat een hufters die ouders, dacht ik, maar besteedde er verder niet al teveel aandacht aan. Eenmaal aan de taxi probeerde we duidelijk te maken waar we heen wilde, maar dat was toch iets verder dan we gedacht hadden. Gelukkig had de taxichauffeur een alternatief, namelijk een mooie discotheek met mooie vrouwen en veel dichterbij, genaamd Platinum (http://www.platinumclub.cl). Al gauw waren we er en werden we naar binnengeleid, bracht een lift ons naar beneden en kwam er een halfnaakte vrouw met de juiste, misschien iets overdreven, proporties langslopen. Tijd om binnen een kijkje te nemen, dus ik begaf me richting de deur. Wel raar dacht ik, een deur met een stropdas, en het beweegt ook nog eens. Toen mijn ogen zich opnieuw hadden gefocust, zag ik dat het gewoon een hele brede vent was, die voor de echte deur stond. Zijn rechterarm was horizontaal uitgestrekt en bewoog een beetje op en neer. Omdat ik dus niet door zo’n dikke arm kan en wil lopen besloot ik een omweg te maken, waardoor ik bij de kassa uitkwam. Dat was dus de bedoeling van die meneer voor de deur, eerst een kaartje kopen, begrijpelijk. Vriendelijk vroegen we aan de mevrouw bij de kassa hoeveel het kostte om binnen te komen. 18 luca (18.000 peso) zouden we kwijt zijn, wat overeenkomt met ongeveer 30 euro. Nou waren we dronken, maar dit vonden we toch wel erg raar. Zo reageerden we dan ook met vragende onbegrepen blikken, ogen heen en weer bewegend en af en toe een wenkbrauw omhoog en weer omlaag. Ook herhaalde we het bedrag ter confirmatie, en vroegen we of de drank gratis was. Dat scheen 36 dollar per biertje te zijn en vanwege deze misselijke grap, werd plan B aangevangen, de portier wachtte ons al op bij de uitgang en we werden naar een taxi begeleid, tijd voor de volgende dure grap.
Nog niet helemaal de connectie makend tussen de bijverdiensten van taxichauffeurs en hun min of meer gedwongen voorstellen, werd ons een andere tent voorgesteld. Ok, dank je hartelijk taxichauffeur, duidelijker had je het niet hoeven maken, zeker met mooie vrouwen?? Ja, en niet ver? Nee, ook niet. Toch bedankt, breng ons maar gewoon richting Bellavista. Of we het zeker weten? Het is toch op de weg ernaar toe, je kan gewoon een kijkje nemen en als je het niet leuk vind sta ik gewoon buiten te wachten. Alsof we geen andere taxi kunnen nemen... NEE BEDANKT!! Goed, enigszins geïrriteerd, keek ik even omhoog naar de taximeter en daar stond een werkelijk belachelijk bedrag voor de afstand die we hadden gereden. Nogmaals overdenkend of het zeker was dat we werden verneukt, besloten we dat het genoeg was geweest. Stop maar, dank je, het is ver genoeg, het is voor je eigen gezondheid... maar helaas, blijkbaar was ons Spaans niet toereikend of leed hij aan een vreemde vorm van hardhorendheid en hij reed ons voor het driedubbele toeristentarief toch nog maar richting de hoerentent. Na het belachelijke bedrag van bijna 8 euro afgerekend te hebben gaf ik de huichelaar nog een blik van jewelste!! Nou, als blikken konden doden enzo. Volgende keer ga ik echt zijn hoofd eraf halen en ermee hooghouden (ofzo..). Met het bekende principe van ‘naaien of genaaid worden’ vervolgden ons pad en na een kleine wandeling kwamen we terecht bij la Feria, een schijnbaar prima club met ‘música electrónica’.
Na een maand in Buenos Aires geteerd te hebben op de muziek die uit de Ipod of ZEN van enkele gasten van het hostel kwam en 3 weken in Chile, waarin slechts één discotheek door mij werd bezocht (zie Pichilemu), was ik niet erg kritisch, zolang de muziek maar een beetje significantie heeft met house en dansbaar is. Dat er gewoonweg geniaal gedraaid werd, was dus iets wat ver boven mijn verwachtingen uitsteeg. ‘Eindelijk!’ riep ik nog, maar het werd overstemd door de heerlijke bastonen, die samen met gepaste minimale deuntjes een zeer ritmisch spel aan het spelen waren. High van de muziek verlieten mijn voeten de grond en werd ik meegenomen in het hemelse paradijs der muzikale klanken. Af en toe keerde ik terug op aarde om een praatje te maken met deze en gene, of om door een zeer vriendelijke dj uit Barcelona uitgenodigd te worden voor een after, die zoals gebruikelijk, na het feest zou beginnen. Dat ik het niet tot zover gered had, was te wijten aan de vermoeidheid en het effect dat het heeft op alcohol..mmm (of andersom?). Goed, tevreden en dronken als een tor/blok in slaap gevallen. Natuurlijk was ik vergeten een liter water te drinken en de dag erna functioneerde er niet veel meer van mijn lichaam, behalve mijn hoofdpijn orgaan, en enkele ledematen, die me in staat stelden om naar de wc te gaan wanneer ik daar zin in had.
Van het plan om rond het middaguur naar Reñaca te gaan, bleef dus niet veel over. Er valt ongeveer niks te vertellen over deze dag, dus laten we dit boeiende stuk vervolgen met onze aankomst bij een hele chille loft van één van onze collega’s, Ariël, die eigenlijk van zijn oma was, die er al 5 jaar niet was geweest. Ook de binnenhuisarchitect was al een jaar of 20 niet ingeschakeld en de bloemetjes van het behang, gordijnen, meubels en keukenkastjes vlogen je om de oren. De ontvangst door Ariël en z’n vrienden uiteraard hartelijk en een paar flessen later scheurden met z’n 5-en in een Toyotaatje over bergachtige weggetjes, langs steile rotswanden en een maanverlichte zee. Het schijnt dat er heel veel mensen vroeger gelovig zijn opgevoed, waardoor er op Goede Vrijdag niet veel goeds te beleven valt qua uitgaan. De grootste discotheek was dicht en een andere, die normaalgesproken tot de nok toe vol staat, was halfleeg. Desalniettemin waren we erg laat thuis en was ook de dag erna even bijkomen van de hoeveelheid drank die ik tot me had genomen, misschien moet ik weer gewoon door de week gaan drinken, dan heb ik wat meer aan m’n weekend. Gelukkig was er genoeg tijd om bij te komen en dat werd ingevuld met schaken, lezen, praten, eten, drinken, slapen, foto’s maken etc., allemaal in de zon. Omdat ik redelijk vaak voorovergebogen in de zon zat, hadden er aan het einde van de dag twee hele mooie horizontale strepen op mijn buik gevormd, waardoor ik net een tosti leek. Het woord voor zonnen is ook tostarse, dus misschien is dit wel de rede, dat je op een tosti gaat lijken ofzo. Na een klein en gezellig huisfeestje ging deze wandelende hamkaasboterham naar zijn tweede goede feest in 3 dagen, tenminste... dat was mijn eigen voorspelling. Eigenlijk was het ook wel een topfeest, redelijke muziek (weliswaar techno, maar beetje eentonig en makkelijk gedraaid) en hele leuke mensen. Nu waren er twee dingen met de lokatie, waar een beetje een festivalatmosfeer hing, wat het gevolg was van het feit dat het niet overdekt was. Ten eerste was het uitzicht grandioos, uitkijkend op een door allemaal lichtjes (huisjes) versierde berg. Ten tweede was het ook grandioos koud, en had ik natuurlijk niet genoeg kleren aan/mee, waardoor ik me genoodzaakt voelde om de halve avond bij het kampvuur te zitten, wat ik absoluut niet vervelend vond, en dit vanwege de aardige mensen. Daarna met the Prodigy hard uit de boxen knallend teruggereden (...) langs de prachtige rotsachtige kust, die ’s nachts nog mooier lijkt dan overdag. De zondag was een kopie van de dag erna en behoeft geen woorden, alleen maar herhaling, fysiek dan.
Een heel aardig nummertje (Forever Sweet – Super Trouper, met dank aan lexie) heeft m’n aandacht weer even verslapt. Kijkend naar de klok zie ik ook dat het tijd is om te gaan, om me heen is het verlaten, m´n ogen prikken. Ik heb het gehad. De laatste woorden zullen snel een feit zijn, om te gaan is gekomen, de tijd.
Un beso grande
donderdag 3 maart 2005
Chao Buenos Aires, bienvenido Santiago!
Zoals altijd, zoals de tijd, zoals de gedachte en het geschreven woord. Ik heb niet alle tijd, noch veranderen mijn gevoelens en weggestopte herinneringen zich direct in m´n gedachten en nog het ergste, verwoorden mijn gedachten zich niet direct in mooi geschreven woorden. Kijk naar deze zin, goed geprobeerd, maar goed.. ben er dan wel een paar minuten mee bezig, dat gaat niet zo één-twee-drie. Wat ik dus probeer te zeggen, ik heb dus nog maar een half uurtje tot het einde van dit stukje, dat bedoeld is als een update van hoe en waar, zo niet waarom en dan. Je kunt zelf nagaan dat ik dat met mijn tempo niet ga redden, mijn excuses als de laatste week oid in telegramstijl wordt geschreven, maar misschien heb je het wel druk, dus dan maakt het je helemaal niets uit.
Het weekend
Toen ik net weer teruglas, werd ik even blij. Blij van het feit dat ik alleen de laatste paar regels las en er een glanzend weekend werd voorspeld.
“In chronologische volgorde: huiswerk, drinken, uitgaan, brakker worden, strand, drinken, drinken, ontnuchteren, siesta, getting ready, PARTY!, eventjes tukken, stad beetje bezichtigen, shoppen op een grote hippiemarkt, eten en kapot in slaap vallen.”
Dit deed me een beetje denken aan het idee dat ik had over mijn laatste weekend in Buenos Aires, wat dus zou betekenen dat ik niet veel te vertellen zou hebben, behalve mijn belevenissen deze week. Niets is minder waar, alhoewel ik dit in twijfel trek, er moet vast wel iets te bedenken zijn wat minder waar is. Ik zie namelijk overeenkomsten. De eerste grote overeenkomst is dat ik me erg veel van het weekend voorstelde. De tweede overeenkomst is de gelijkenis in wat er uiteindelijk van gekomen is, weinig. Laten we ons, vanwege het tijdgebrek, even richten op het woord met alleen maar hoofdletters, PARTY. Omdat ik zowat celibaat leefde op partygebied in BsAs, zou elk feestje welkom zijn. Zoals je had kunnen lezen stond ik, samen met wat anderen, op de gastenlijst van een enorm vet feest. Ook al zou het niet extreem vet worden, ik zou me wel vermaken. Zo´n lange tijd zonder feest had ik al sinds m´n kindertijd niet meer meegemaakt en zoals iedereen weet is een kinderhand snel gevuld. Mijn partyhand was inmiddels verschrompeld tot een piepklein muizenhandje en had slechts een beetje goede muziek, een paar leuke mensen en een redelijke omgeving. Ik kan je vertellen dat ik die avond verbaasd was hoe slecht een feest kan zijn. Een hal waar je 3 Boeings in kwijt kan, waarvan één zijde bestond uit ramen, waarachter een pretpark schuilging die zoveel licht produceerde dat binnen een zonnebril niet zou misstaan. I wear my sunglasses at night, ja... ik ook, maar dan om andere redenen. Verder een handjevol mensen, waarvan de helft met mij op de foto wilde, een onzichtbare DJ en bier voor €1,30 => stelletje idioten. Gelukkig was het hostel maar een goede 25 minuten rijden.
Omdat ik nog minder dan 10 minuten heb maak ik een klein sprongetje naar afgelopen weekend, mijn laatste in BsAs, om de vergelijking af te ronden. De donderdag voor het weekend was ik met de Zweden in een uiterst trendy bar in de buurt van het hostel. Het duurde niet lang eer er een gesprek ontstond tussen Fabian, die een mystieke aantrekkingskracht op het vrouwelijk geslacht uitoefent, en een mooi tot heel erg mooi meisje, die vergezeld werd door een onbeschrijflijk schone dame. Van die laatste soort heb je daar trouwens wel meer rondlopen. Onder de indruk van zijn zelfverzekerde woorden, de fles nepchampagne die op tafel stond en de niet onaantrekkelijke tafelgenoten, nodigde zij ons uit voor een houseparty waar haar broer, vaste DJ van Pacha, zou draaien. Het afgelopen feest zou zijn bezocht door bijna 1.000 mensen en het werd gehouden in een enorme ranch net buiten de stad. Ze beloofde ons een waanzinnig feest, waarin de ochtend, ingeluid door DJ´s die op het scherpst van de snede zouden draaien, geen einde zou brengen aan de muziek. Té mooi om waar te zijn? Ja.
Enfin, de betreffende zaterdag bracht ik door met vooral geld uitgeven. Voor het eerst in m´n leven vond ik het op zich wel aardig om te shoppen. Ik denk dat de rede hiervan was dat ik me besefte dat ik wel erg weinig geld neer hoefde te tellen voor best wel aardige kledij. Ook bracht ik in Recoleta een bezoekje aan een soort verzamelplaats van familiegraven (zie foto´s), erg interessant voor mij, aangezien ik erg van begraafplaatsen houd. Na deze vrij aardige dag besloot ik, aangezien het een vermoeiende, maar ongetwijfeld onvergetelijke nacht zou worden, een tukje doen. Makkelijker gezegd dan gedaan en het liep uit op een falicante mislukking… ik sliep een minuut. Het kutte van een minuut slapen is dat je er veel vermoeider vandaan komt. Daarnaast heb je het gevoel dat je je tijd beter had kunnen besteden, en dat is waar. Verder heeft die ene minuut slapen geen enkele invloed op een eventueel eerder inkakmoment op de komende avond. Als laatste ben je chagrijnig op jezelf, die kutkamer, die godvergeten klotehitte, irritante andere bewoners van je huis die steeds het licht aanlaten, de deur open en geluid maken. Mijn bezwete vertrokken gezicht klaarde echter op bij de gedachte dat alle miniprobleempjes die opspeelden in m´n hoofd, zouden worden teniet gedaan, zo niet meer, met deze onvergetelijke avond. Na enkele biertjes te hebben genuttigd was het wachten op Onno, die inmiddels was gearriveerd in de stad. Onno eigen, liet hij enige tijd op zich wachten, waardoor we pas laat gingen eten, samen met Lou en z´n vriendjes uit BsAs. Voor een prijs van 1 sushi in Amsterdam bestelde je hier genoeg sushi voor twee personen. Een prima maaltje voor het uitgaan en het was uiterst gezellig. Enigzins ongemakkelijk zat ik er wel, aangezien ik ook nog met wat andere had afgesproken om naar het feest te gaan, maar toen het uiteindelijk zo laat was, ging ik er van uit dat ze al vertrokken waren en bij terugkomst in het hostel bleek dat ook zo. Ik heb ze de rest van de avond niet meer gezien. Om de vrij oninteressante kleinigheden niet als bladvulling te laten dienen, zal ik het kort houden. Feest bleek afgekapt door de politie, en te worden voortgezet in een ander pand, gelegen in een rijk deel van BsAs. Al enigszins getemperd in m´n hoop in een onvergetelijke avond werd ik aangenaam verrast door de muziek. Er werd prima gedraaid, maar daarmee is ook alles gezegd. Na een uurtje weer op weg naar het volgende feest, waar we nooit zouden aankomen, omdat het al afgelopen was toen we al een tijdje in de auto zaten. Dan maar weer terug naar BsAs en afscheid nemen van een avond die niet zo had mogen zijn en m´n broertje, die ik toch een wat interessantere avond had gegund. Beetje bedroefd m´n spullen gepakt de dag erna en de mensen gegroet, waarmee ik toch een vrij hechte band had. Ook de mensen gegroet waarmee ik een wat mindere band had, dat deed me dan ook niet zoveel. In de taxi naar het vliegveld, gereden door een oud-speler van de Argentijnse hockeyheren, recapitulerend op een paar weken Buenos Aires, die toch echt totaal anders waren dan ik me had voorgesteld. Ik denk dat Buenos Aires heel erg veel potentie heeft om mij een fantastische tijd te bieden, maar ze heeft dat nog niet helemaal waargemaakt. De lamleggende hitte, intense Spaanse cursus, gesloten clubs en andere factoren maakte van deze periode toch iets minder interessant. Aan de andere kant waren er vele momenten van geluk, vertier en nog meer momenten van leer, in het Nederlands leermomenten. Mijn Spaans is inmiddels redelijk, en dat is een wereld van verschil met het niveau wat ik in Nederland had, ik kon niks. Nu wel. Ook was het erg aangenaam dat het zo ontzettend goedkoop was, het eten fantastisch en de mensen heel erg vriendelijk. Ook was de massage buitengewoon.
We zullen zien in hoeverre mijn wat lagere verwachtingen over mijn tijd hier worden beantwoord. Tot nu toe erg positief, wat betreft werk, mensen en woning. Veel meer is er ook weer niet vertellen, ik ben er net. Misschien dat kinderen hier net zo weinig humor hebben als in de rest van de wereld. Dat die prachtig ´indrukwekkende´ kerk me vandaag echt niet meer interesseerde als de kreupele bij de ingang, zeurend om een aalmoes. Dat ik zo iets ga drinken. Dat ik en Jasper dinsdag een presentatie moet houden voor de baas en enkele mensen met/voor we gaan werken, in het Spaans. Dat het lekker weer is. Dat je dat ook op internet kan vinden. Dat ik nu echt moet kappen. Dus een groet aan u allen!
Suerte
vrijdag 18 februari 2005
Buenos Aiaiaiaires
Hoe is het me hier tot nu toe bevallen? Als ik eerlijk ben had ik me een feestparadijs voorgesteld, met momenten van gelukzalig dronkenschap tussen verlangende vleeslustigen, een eeuwigdurend Carnaval in prachtig gekleurde creaties, brandende ochtendzon, hoofdpijncolleges, clean cuts in clean water (Uruguay), raggende techno en tribalistic clubhouse, wakker worden en niks missen. Als ik eerlijk was geweest, dan had ik me zelf ook wel een iets minder rooskleurig beeld kunnen voorschieten, waarin school toch wel een prominente plaats in zou nemen in het leven van mijn alledag. Ik vind het niet erg, maar helemaal los ga ik hier nog niet. Aan de andere kant gaat m´n Spaans wel met sprongen vooruit en heb ik dit weekend finally tijd om de stad eens een beetje te leren kennen. Ook steken er steeds meer geruchten de kop op dat het hier eindelijk een keertje los gaat komen en daarmee bedoel ik dat de clubs opengaan. Edoch, net hoorde ik weer van niet. Zo gaat het hier al de hele tijd, ik vraag me af wie er achter deze verhalen zitten.. “with great ravishment, they spread like an itchy virus through the spiritual minds of the young and enthousiastic” (VPS). Anyhow, ik ben dit weekend gelukkig niet afhankelijk van de grillen van een één of andere debiele burgemeester, voor wie ik diepe haatgevoelens koester. Dit weekend zoek ik het weer iets buiten BsAs, alhoewel het slechts een klein beetje erbuiten is, zo´n 20 minuten rijden de provincie in. Daar wordt een enorm feest gegeven waar ik op de gastenlijst sta (koning..) en puntsjpuntsj-muziek wordt gedraaid. Ja, zo heet dat hier, net zoals in België boeinkboeink staat voor house, is dat hier het geval voor puntsjpuntsj. Het is inmiddels al kwart over 4 ´s middags en ik heb nog geen alcohol in m´n bloed, ik ga zo direct dus beginnen met afraffelen. Niet dat ik zoveel drink hier (ik ben ´s avonds te moe om het lang vol te houden), maar meer dat ik wel vroeg begin, rond half 5 op het dakterras van het hostel, gedoopt tot the ´Balcony Bar´ aka ´Rooftop Bar´. De laatste weken.
Ik ben de zieligste niet, en ik wilde Uruguay nog een kans geven om de op sommige punten wat tegenvallende trip op een andere manier goed te laten maken. Het idee bestond dus om vorig weekend weer de spullen te pakken en naar Uruguay te vertekken. Ik besloot me dit keer wel goed voor te bereiden en even uit te zoeken of er wel iets leuks te doen was. Dit had ik beter niet kunnen doen, of iets grondiger, aangezien ik dacht dat er carnaval was in Montevideo en dit ook zo bleek te zijn. Toch kreeg ik na enige navraag bij deze en gene te horen dat ze dachten van niet. Tegelijkertijd, naarstig als altijd op zoek naar alternatieven, kreeg ik te horen dat op 3 uur afstand met de bus (dus goedkoper), in het plaatsje Gualegauychú, 1 van de grootste carnavals ter wereld werd gehouden. Een keuze was snel gemaakt en de beslissing om naar het alternatief te gaan even snel genomen. Een keuze maak je immers en beslissingen worden genomen, het liefst door mij. Na een zeer vermoeiende week, waarin we nota bene een examen moesten afleggen om naar het volgende niveau getild te worden, zaterdagochtend in een nóg luxere en ruimere bus (dan die in Uruguay) richting Gualeguaychú. Het landschap was iets minder divers dan in Uruguay, daarnaast waren mijn ogen natuurlijk ook al wat meer gewend en dus kon ik me makkelijk concentreren op m´n boek en heb ik heerlijk zitten lezen. In het begin echter werd de rust verstoord door twee dronken en tevens domme Argentijnen (ze gingen minutenlang schreeuwen, tegen elkaar, toen we langs het Boca-stadion reden => vind ik niet getuigen van slimheid) die achter me zaten. Erg vervelend altijd, je zegt uit beleefdheid even hallo, vervolgens vraagt de wederpartij waar je vandaan komt, hoe lang je bent en of je basketbal speelt, voegt er tevens aan toe dat er lekkere wijven in Argentinië zijn (ohja joh?) en dan denk je dat het afgelopen is. Maar nee hoor, dronken mensen moeten vaak laten weten dat ze dronken zijn en niet door een pet te dragen waarop staat ¨Estoy borracho¨ (=ik ben dronken) en daarmee door het gangpad te lopen. Nope, ze doen dat door regelmatig met hun stinkende bek over je stoel heen te hangen en met onverstaanbaar argentijns iets proberen uit te leggen. Het duurde niet lang voordat ze in slaap vielen en voor m´n gevoel even later kwamen we aan in Gualeguaychú. Erg aantrekkelijk was de stad niet, ik denk eerlijk gezegd dat ze hun best hebben gedaan het er zo lelijk mogelijk uit te laten zien. Om het allemaal niet teveel te rekken, zo lelijk de stad, zo mooi het carnaval. De chica´s, de sfeer, de chica´s, de versieringen, de chica´s. Ja, er zijn echt mooie vrouwen in Zuid-Amerika, en een aantal verzamelen zich tijdens carnaval om, zonder gene, rond te paraderen in prachtige weinigverhullende outfits en de ogen te plezieren. Dit voelde als Zuid-Amerika, en dit gevoel is echt iets te moeilijk voor ondergetekende om te zetten in woorden. Een paar uur en een paar honderd perfect bodies later richting de boulevard om naar een zich daar gevestigde discotheek te gaan. Op de drukste avond van het jaar was de toegangsprijs maar liefst 10 peso en was een dubbele vodka met ijs (echt tot de nok toe gevuld) 7 peso. Dat viel mee, de muziek was bagger, de mensen waren leuk en het was weer licht toen we naar buiten gingen. Deze week in het hostel zijn er 2 Nederlandse meisjes aangekomen die zichzelf Zipje en Zopje noemen, van Bert en Ernie. Omdat ik wist dat het van Bert en Ernie was kreeg ik meteen punten. Ik weet nou nog steeds niet wat ik met die punten kan doen, ik merk het wel. Van één meisje is haar portemonnee gister gejat, dus ik hoop dat die punten in ieder geval niet daarin zaten, anders kan ik er naar fluiten. Ik heb ook al een tijdje niet gefloten, dus op zich zou dat niet erg zijn om dat weer eens te oefenen. Verder was het deze week in het hostel weer eens ouderwets gezellig en ben ik met wat maatjes (van de oude garde) een dagje richting Pilar gegaan, een rustiek gedeelte net buiten BsAs. Daar heb ik heerlijk gechilld, gevoetbald, gezwommen, gegeten, gedronken en in de zon gelegen. Prima dagje om te spijbelen. Nu gaat mijn weekend beginnen, eindelijk los, net als de awake-gangers onder jullie. In chronologische volgorde: huiswerk, drinken, uitgaan, brakker worden, strand, drinken, drinken, ontnuchteren, siesta, getting ready, PARTY!, eventjes tukken, stad beetje bezichtigen, shoppen op een grote hippiemarkt, eten en kapot in slaap vallen.