zaterdag 18 juni 2005

Een terugblik vanuit San Pedro de Atacama

Ik kijk even opzij, ze zijn nog steeds even hongerig, en kijken me nog steeds aan, grote bruine ogen in de deuropening van dit internet-ontbijt cafeetje. Indianengeluiden, bijgestaan door ritmische drums en trommels met keyboard, of het kan ook alleen keyboard zijn geweest met drumsampletjes, worden door de boxjes uitgespuwd. Buiten loopt een kleurig uitgedoste hippie langs de hond die daardoor zijn ogen even van me afwendt. Al snel daarna hebben ze de weg terug gevonden naar mijn ontbijt, waarvan inmiddels niet meer over is dan twee happen. Nadat deze richting de spijsvertering zijn verdwenen, kijkt de hond me nog 1 keer onbegrepen aan en verdwijnt uit de deuropening. Een aantal weken in Argentinie en bijna dagelijks werd m'n innerlijke gemoedsrust danig op de proef gesteld door dezelfde hongerige blikken, mooie grote ronde ogen omgeven door een stoffig gezichtje van een straatkind, vragend om een muntje. Het blijft een groot verschil met Nederland, waar ongeveer iedereen wel een baan kan krijgen, en als je te lui bent, of als je gehandicapt bent, voor je wordt gezorgd. Hier ben je min of meer op de straat aangewezen als je mank bent en geen familie hebt die voor je kan zorgen. Goed, zo is het, zal niet minder worden naarmate ik naar het noorden van dit continent trek en zal mijn bijdrage in de vorm van een muntje dus maar blijven geven, omdat ik denk dat ik er gelukkiger van wordt, omdat het kindje, of moeder, of beide, of manke man, blinde oma, halve gek, arme ziel er gelukkiger van wordt, of minder hongerig. Gelukkig zullen ze nooit echt worden denk ik, geen lichtpuntjes in hun leven, so be it.

Buenos Aires, the come-back

Gelukkig ben ik het wel, reizende op 1 van de meest diverse continenten ter wereld. Na drie maanden Santiago, waarbij de laatste paar weekenden toch redelijk afwisselend werden doorgebracht, keek ik er echt naar uit om de stad te verlaten, de rug toe te keren, niet meer om te kijken. In de verte zag ik lichtpuntjes van herkenning, een aantal leuke mensen die ik 4 maanden eerder had leren kennen en mij onderdak en vertier zouden brengen in 1 van de leukste steden in Zuid-Amerika. Donderdagmiddag kwam ik aan en na wat gegeten te hebben en gedronken, ging ik eindelijk weer eens echt goed uit.

´Club 69 was een erg basic club, grote ruimte en een kleine, verschillende podia, maar wat een show! Eerst, bijgestaan door heerlijke electrotunes, gaven de breakdancers een prachtshow, ik zou het bijna topsport noemen. Later op de avond, toen de minimal en wat hardere techno afwisselend met 80´s disco-classics de zaal vulde, was het de beurt aan de prachtig verklede dansers (als de band KISS), die een soort gothic-porn show weggaven, werkelijk prachtig.´

De week, waarbij de nachten lang waren, het slaaptekort steeds schrijnender vormen aan begon te nemen, de dagen werden benut met het bezoeken van de wat toeristische-culturelere dingen waar ik in februari niet aan toe was gekomen. Prachtige gebouwen en mooie tentoonstellingen vulden mijn vizier gedurende de dagen, mooie meisjes, hippe clubs en goede en wat mindere muziek vulden de nachten. Een gegeven dag werd ik 's ochtends wakker door sirene onder aan het appartement dat ik mocht gebruiken, vervolgens door een aantal mensen die in de gang bezig waren. Ik doe vervolgens de deur open, na een uurtje slapen en daar ligt mijn buurman op een brancard, de buurman waar ik de avond ervoor nog een feestje bij had, nu bewegingloos met overhemd wat hij de vorige avond nog aan had onder het bloed. Even bewegingloos als hij keek ik verbijsterd naar de flinke japen die een een landschap van ravijnen en rode rivieren rond zijn nek vormden. Iets later overwon mijn vermoeidheid het weer van mijn eerste zelfmoordervaring en bevond ik me in een wereld van wereldse dromen. Een ander opzienbarende gebeurtenis was mijn eerste Zuid-Amerikaanse voetbalwedstrijd, en niet zomaar ééntje, the battle of South-America. In het River Plate stadion kwam Brazilie op bezoek om de Argentijnen eens voetballes te geven. Dat het anders zou lopen had zelfs de meest naieve Argentijn niet gedacht. Argentinie won terecht, na een prachtige wedstrijd met prachtige goals, met 3-1. Tijdens de wedstrijd en ervoor was de publiek, bestaande uit slechts Argentijnen (voorzover ik kon zien), totaal loco, schreewend, huilend, zingend en vooral scheldend. De kleinste kids schreeuwden hun pa achterna met gevleugelde woorden als puto negro (negerhoer) en concho de tu madre (kutje van je moeder). De sfeer was grandioos en het was een mooie laatste avond in Buenos Aires, die werd afgesloten met een bezoek aan een dure en prachtig ingerichte club in de haven, met een hele horde arrogante jongeren. Als je geld hebt moet je het laten zien en vooral proberen zo oppervlakkig mogelijk te gedragen, met of zonder zonnebril, en NIET LACHEN!!! Gelukkig bevond ik me in goed gezelschap en waren de vrouwen mooi.

Vervolgens...

ging ik naar Cordoba, om een paar dagen bij een meisje dat ik nog uit Londen kende te verblijven. Ook niet onaardig uitgegaan daar, maar niet echt vergelijkbaar met Buenos, de mensen zijn wel een stukje vriendelijker. De stad boeide me ook niet echt en na een paar dagen was trok verder noordwaarts richting Salta. Salta is een leuk stadje, met mooie kerken en pleintjes, maar erg bewolkt en frisjes. Ik ben van daar uit een dagje de Andes in gegaan, door prachtige valleien, richting ongekende hoogtes (ver boven de wolken uit, >4000 mtr.), over immense zoutvlaktes, langs pre-inca indianen ruines, waarvan de ex-bewoners 1000 jaar lang dit dorre, levenloze gebied bewoonden, waar de wind vrij spel heeft en slechts grote cactussen, fier rechtopstaand, blijk geven van enige vruchtbaarheid. Bijna even indrukwekkend was de tocht door de Andes de dag erna, een 13 uur durende tocht naar het plaatsje waar ik nu in een internetcafé deze woorden schrijf, de muziek inmiddels overgegaan naar lounge. Dit lieflijke dorpje, waar alles rustig aan gaat, ligt naast de droogste woestijn ter wereld, de Atacama-desert. Het regent hier niet meer dan 10 dagen per jaar, en dan alleen ´s middags. Het herbergt dan ook een landschap dat niet met foto's, noch met woorden te vatten is. De naam Valle de la Luna (Maanvallei) is niet voor niets gekozen om het buitenaardse van dit gebied te kenmerken. Overdag is het levenloze en gortdroge aanzicht van al heel bijzonder, maar ik was toch echt heel erg onder de indruk toen ik gister op m'n fiets, slechts door maanlicht en sterren (meer dan ik ooit gezien heb) verlicht, door de vallei heen reed. Wat een prachtig gezicht en zelfs de zwaartekracht leek verdwenen te zijn terwijl ik door deze surrealistische creatie van droogte, wind en een paar dagen regen per jaar fietste. Slechts de maan, die mij voldoende licht gaf om m'n weg terug te vinden, deed mij terug op aarde belanden en me beseffen dat ik me toch echt niet op de maan bevond. Bolivia gaat me de komende dagen haar natuurschatten laten zien, hopelijk zonder al te ziek te worden. Peace out

Geen opmerkingen: