zondag 14 augustus 2005

Bogota

De klok tikt door, maar het tijdstip van m’n vlucht staat vast. In minder dan 40 uur zal een vliegtuig mij in een niet al te blije stemming meenemen, terug naar Nederland. Een stukje van m’n hart zal toch hier blijven, het continent waar ik meer dan een half jaar heb vertoefd, maar vooral in het land waarin ik nu m’n reis eindig. Zonder twijfel behoort Colombia tot één van mijn favoriete landen, van de naturaleza tot de rumba, de costenas en de paisas, de koffie en dat andere, de carribean en de steden, maar vooral de mensen. Het meest vriendelijke volk en de mooiste vrouwen die ik sinds tijden heb ontmoet bevinden zich in dit land. Omdat ik over een half uur (colombiaanse tijd) een afspraakje heb met één van die velen prachtige meisjes, zit ik te stressen om op tijd dit stukje af te krijgen zonder af te doen aan de prachtige ervaringen die de afgelopen 3 weken voorbij zijn geschoten (onmogelijke opgave, maar ik doe m’n best).

Het vliegtuig klom door de enorme wolkeneilanden tot een bepaalde hoogte, een prachtig uitzicht over enorme Amazone, "the jungle is massive". Van het meest zuidelijke puntje van Colombia naar het meest noordelijk gelegen gebied in het land, gelegen aan de Carribean, een paar duizend kilometer noordwaarts aan de andere kant van de evenaar, waar de vrouwen donkerder zijn, en mooier, het strand wit, de zee azul en 25 graden, muziek uit elke hoek komt, de ritme verschaffend aan de mensen dansend op straat, horloges in principe alleen door toeristen worden gedragen en de algehele sfeer alegre is. Aankomend tijdens een groot festival in Taganga, een mooi badplaatsje naast National Parc Tayrona, bracht meteen een smile op m’n gezicht en een kater de volgende morgen. Dit zijn de Carribean, alles tranquillo, de tanden ontbloot, muziek op straat, oude auto’s, mooie en warme zee. Wat een heerlijke cultuur, maar ik betwijfel of mijn westerlijke prestatie-drive zich zou kunnen aanpassen, op de lange termijn gezien dan. Op de korte termijn was het alleen maar genieten, en ik bracht m’n dagen door met een beetje duiken, zwemmen, chillen en tussendoor één van de (fysiek) meest zware dingen die ik heb gedaan in m’n leven, hiken naar de verloren stad (inmiddels weer gevonden), La Ciudad Perdida, maar tevens één van de meest bijzondere deze reis. In de klemmende hitte, vergezeld door miljoenen muskieten 4 dagen lopen door de een prachtige jungle (eerlijk gezegd vond ik het mooier en afwisselender dan la selva), klimmend over rotsen, wadend door rivieren, over modderige en gladde paadjes, langs Indianendorpjes, in een gebied waar de overheid geen controle op heeft weten te krijgen (het is te onbegaanbaar) en de paramilitairen heersen over de coca-boeren. Na 2,5 dagen ploeteren wordt, na een verfrissende douchemassage door de waterval, de onderkant van de lange trap bereikt die ooit dagelijks door honderden Indianen betreden werd, handelswaar brengend en halend, de trap die het begin vormt van het vergane en vergeten centrum van de Tayrona indianen. Het rijk is ten onder gegaan met de komst van de Spanjaarden, het tragische lot dat vele andere Indianenvolken in Zuid-Amerika moesten delen. Echter niet doordat de Spanjaarden de grote goudschatten op brute manier probeerden te veroveren, het gebied was te onherbergzaam voor dat, maar doordat nieuwe ziektes wel de weg had gevonden naar het volk, die er uiteindelijk aan onderdoor ging. Tot zo’n dertig jaar geleden wist niemand van het bestaan van het ooit zo grote volk, totdat een ontdekker bij toeval (zoiets doe je namelijk niet expres) op de stad stuitte. Er zijn geen woorden om de magiek van de plek te beschrijven, maar het overtrof niet alleen al mijn verwachtingen, maar tevens mijn voorafgaande ervaringen in Zuid-Amerika. Zoals zoveel dingen zou wel eens één van de mooiste kunnen zijn van mjin leven. Het moeilijke is om alle verschillende dingen te vergelijken, maar het staat wel diep in mijn herinnering gegrift. Met kapotte voeten (zonder sokken in je Allstars gaan hiken is geen goed idee), maar voldaan, begon ik met het tweede deel van mijn duikcursus, één nacht overnachtend helemaal alleen op het privéstrandje van mijn duikinstructeur, prachtig. Na een succesvol ingevuld PADI-examen, nam ik de bus naar Carthagena, een prachtig oud koloniaal stadje ook in de Carribean. Enorme vestingen omgeven de stad en wijzen op eeuwenlange strijd om dit strategisch gelegen stadje. Enorme kanonnen hebben suicidale posities ingenomen, zodat wanneer een vesting zou worden ingenomen, het meteen zou kunnen worden kapot gemaakt. Ondanks de vele belegeringen in het verleden is de stad, het oude centrum dan, erg goed bewaard gebleven en herbergt een schat aan mooie oude gebouwen.

De Carribean achterlatend, benen schuin in het gangpad van de bus, sliep ik de hele weg van Carthagena naar Medellin, slechts gestoord door een enkele drugs- of wapencontrole. Omdat ik naast een non zat, wist ik dat er niks kon gebeuren, en ik sliep als een engel, de rust die ik wel nodig scheen te hebben, aangezien het programma de nachten erna (tot nu toe eerlijk gezegd) uit weinig meer bestond dan rumbiar.. feesten dus, en de dagen in het teken van herstellen ervan. In Medellin (en sommigen zeggen Cali, ik zeg in heel Colombia) vind men de mooiste vrouwen van het land, zij het dat erg nogal een gedeelte ‘geholpen’ is met plastische chirurgie. Het aantal lelijke oude mannetjes, rondlopend met 20-jaar jongere schoonheden, is verbijsterend, money talks.. Desalniettemin blijft er genoeg over en wordt het allemaal nog makkelijker gemaakt met het de perskaart van Martijn en het verhaal van de reportage over het Colombiaanse nachtleven. De dagen in Medellin, dat haar grootste festival gedurende ons verblijf vierde, Feria de Flores, waren erg zwaar en vermoeiend, ook omdat al sinds Cuzco door ondergetekende niet meer was uitgegaan. Na maandag als rustdag te hebben gekozen, voelde ik me op dinsdag fit genoeg om te gaan paragliden, wat erg makkelijk was, maar verder deed het me niet echt heel erg veel.

Bogota is een stuk kouder dan Medellin, maar verder is het hier erg goed toeven. De oude stad bestaat uit weer eens mooie oude gebouwen, de één weer ouder dan de ander. In het bevindt zich het mooiste museum dat ik ooit heb bezocht, La Donacion Botero, een gift van de bekendste kunstenaar van Colombia. Zijn stijl kenmerkt zich door zijn fetish voor vet, erg bijzonder en grappig, maar in the end ook niet echt meer. Het grootste gedeelte van het museum bestaat echter uit stukken van de grootste kunstenaars uit de geschiedenis, sommigen terecht, en sommigen misschien wat minder, maar ik ben natuurlijk niet degene om dat te bepalen. Het kostte me 4 uur om alles te zien in het museum, en sommige gedeelten waren echt heel erg indrukwekkend. Naast dit culturele uitstapje en enkele wandelingen in dit oude gedeelte van de stad heb ik niet meer gedaan dan uitgegaan, wat hier erg goed is. Eergister bijvoorbeeld naar club ChaCha, op de 41e verdieping van het oude Hilton, uitzicht over de hele stad, en schijnbaar de hipste club op dit moment, alhoewel de sfeer er niet naar was (alom vriendelijkheid in plaats van arrogantie en koude mensen). De muziek eindigde steengoed in een ouderwetse technobeuksessie, waarnaar het pad volgde naar de afterparty, waar ik verder niks over kwijt wilJ.

De laatste dagen tot mijn terugkomst zal ik slijten met melancholisch gewandel, etentjes, slapen en vliegen, constant terugdenkend aan de grandioze tijd vol extremen, en graag nog een tijdje zou willen voortzetten. Van een 50-urige werkweek in het meest langgerekte en zuidelijkste land ter wereld begon ik mijn reis met een bezoekje aan de stad waar het nachtleven niet stopt, Buenos Aires, de cultuur onovertroffen is. Na Cordoba en Salta verliet ik Argentinië met een prachtige bustocht door de Andes terug naar Chili, naar de droogste plek op aarde, de Atacama-desert. Het uizicht, bestaande uit een enorme ongelooflijke uitgestrektheid, levenloosheid (op wat vogels, lama´s en verwante soorten na), leegheid, maar ook afwisseling (enorme vulkanen met witte kappen, rode, groene en blauwe meertjes, zoutwoestijnen, natuurlijk gevormde sculpturen, rode bergketens, gele en groene, zwarte en ook gewoon grijze), naast uiteraard de ongekende hoogte, bracht mij de komende dagen in vervoering. Ook de dagen erna brachten niets anders dan de mooiheid van de leegte, stilte, rust, uitzicht, terwijl we met een jeep de hooglanden doorkruisten in het armste land van Zuid-Amerika, Bolivia. Na enkele dagen in het prachtige, en tevens prachtig gelegen, Sucre, werd de weg vervolgd naar de andere hoofdsstad van het land, de hoogstgelegen ter wereld, La Paz (3700 mtr), waar een afdaling van bijna 4 kilometer per mountainbike over des werelds gevaarlijkste weg werd ondernomen. De adrenaline kwam er ´s nachts aan de bovenkant weer uit, zo vet was het. Na een beetje chillen aan het hoogst navigeerbare meer ter wereld, Lake Titikaka (op 3800 mtr), naar het prachtige stadje Cuzco, de oude Inca-hoofdstad, gelegen aan de Sacred Valley, waar Martijn en ik onze heilige motortocht ons langs de wat minder toeristische plekken bracht, genietend van het adembenemende uitzicht. Na Lima (niet zo bijzonder), surfden we onze weg op naar Mancora en lieten we ons meevoeren door zowel de golven bij het meest westelijke puntje van Zuid-Amerika, als de langste golf ter wereld in Puerto Chicama. De Amazone, dat een schat aan extremen en freaky natuurverschijnselen herbergt waar ik nu geen tijd voor heb om te vertellen, was de volgende stop. Het vliegtuig bracht ons naar de grootste stad ter wereld slechts per vliegtuig en boot te bereiken, waar de boot naar Leticia werd genomen, gelegen in het land met de meeste kidnaps ter wereld. Naast dit wat minder rooskleurige feitje heeft het land alles te bieden, teveel om nu te vertellen.

Goed, ik moet gaan, ben al te laat. Had ik nog maar eventjes… Na, make me happy when I get back zou ik zeggen. Tot snel…