donderdag 26 mei 2005

Adios Chile! Q el viaje empiece..!

Het gordijn van smog heeft zijn ondoordringbare eigenschappen weer doen laten gelden. Daar vanmorgen, kraakhelder en frisjes, de besneeuwde bergtoppen mijn verlangen de klaarliggende witte maagden van de Andes te doen doorklieven kon doen opzwellen, ben ik op dit moment aangewezen op mijn levendige fantasie. Gelukkig wordt die toch al zeer levendige fantasie gevoed door verse herinneringen aan afgelopen weekend, zo vers als de sneeuw die de bergen van de vulkaantoppen rond Chillan bedekte. Net zo vers in het geheugen lagen, toen we daar aankwamen, de gebeurtenissen van een groep soldaten die een stukje verder nog steeds roerloos onder bergen sneeuw verstopt waren. Een beetje raar vind ik het wel, en ik verdenk dat er opzet in het spel was, misschien wel in de vorm van een sekteleider die samen met zijn discipelen, 95 beroepssoldaten, sommigen nog geen 19, het eeuwige leven opzocht door recht in een lawine te lopen. Je mag namelijk van deze noeste doorgewinterde en getrainde lui wel verwachten dat ze zoiets wel kunnen overleven.

Afgelopen weekend

Uiteraard liet ons dat geenszins afschrikken en zodra wij de kans hadden, bevonden ondergetekende met kornuiten Martijn en Jasper zich zover buiten de piste dat er waarschijnlijk nog nooit een mens een voet heeft betreden. Over besneeuwde rivieren en door dichte bossen roetsjten onze boards verder richting het middelpunt van de aarde om uiteindelijk uit te komen bij een dood einde. Dat betekende dat ook wij hetzelfde lot waren beschoren als die laffe soldaten, ware het niet dat wij wel op wat doorzettingsvermogen mochten rekenen voor onze klim recht omhoog van circa 20 meter. Jasper, die 5 minuten eerder net niet in een grot was gereden (wat ongetwijfeld de dood tot gevolg had gehad), had zichtbaar moeite met de bamboetakken die, zodra ze de kans hadden, hem een veeg in z’n gezicht gaven. Ik kende dat geintje inmiddels wel en beet me vast in de zeer sterke boomsoort om me zo omhoog te hijsen. Na een intensieve klim en een lange tocht door het al donkere bos kwamen we uit bij bekend terrein, zoals we allemaal hadden verwacht. Ergens in het bos wachtte een door de vulkaan verwarmd zwembad op ons, wat niet alleen rust, maar ook gezelligheid bood.

Omdat Pinksteren hier een weekend later valt, God mag weten waarom, heb ik drie dagen mogen genieten van de bergen rond Chillan. Het heeft mij, noch een andere compaan, windeieren mogen leggen. Tim, een slimme Duitser die heel veel van computers weet, maar desalniettemin sociaal ook niet onbegaafd is, heeft zijn rib de eerste dag gebroken toen hij slechts enkele meters van de piste verwijderd hardhandig in aanraking kwam met een hele oude, maar puntige steen, vlak onder het zichtbare oppervlak van de witte sneeuwkristallen ‘die zo lekker glijen’. Ikzelf ben er met een lichte bronchitis afgekomen, alhoewel ik graag erger voordoe (vooral om mijn verantwoordelijkheden te ontlopen). Nu ik eindelijk aan de antibiotica zit gaat het stukken beter, maar ik denk dat ik niet meer in leven was geweest zonder slaappillen, die dingen zijn letterlijk echt héél relaxed, ik denk dat ik er vanavond maar weer aan ga, lekker genieten van die halve roes voordat je slapen gaat.

En het weekend ervoor
M’n bronchitis zou eventueel ook al het vorige weekend zijn opgelopen, omdat ik eigenlijk al voordat ik in de auto naar Chillan zat een paar dagen ziekteverlof had genomen, en dat was niet vanwege mijn luiheid (project was inmiddels op enkele puntjes zo goed als afgerond) of de kwaliteit van de Chileense televisie. Over het laatste, ik kan alleen oordelen over de netten die gratis (niet-kabel) worden aangeboden; het is nog simpeler dan Sylvie Meis die een gesprek heeft met Jeroen Post over wat dan ook, want diep kan in elk geval eerst genoemde er niet op in gaan, want anders vliegt haar pet af. Gelukkig had een nieuwe compaan van mij, Martijn van Hoekzn., mij een boek geleend, genaamd ‘Batavia’s Graveyard’, waarin erg veel geschiedenis over de VOC in voorkwam en lekker weglas. Alle andere boeken die mij vergezeld hadden over mijn reis naar dit werelddeel waren lang uit en ik was erg verheugd met deze nieuwe aanwinst. Maar goed, zoals ik dus al zei, ik had mijn bronchitis waarschijnlijk te danken aan het weekend ervoor, wanneer ik met drie anderen een gebied meer in de buurt van Santiago bezocht, Cajon del Maipo. Meer dan dat het er mooi is en dat ze ook natuurlijke termale baden hebben, veel mooier dan in Chillan (zie foto’s), valt zeker wel te zeggen. Ten eerste de rit, die iets verlaat aanving, na een zware nacht mijnerzijds en een weinig ophaasten van de anderen waardoor ik gewoon mijn langzame gang kon gaan (stom van ze), was erg boeiend. Na het natuurgebied binnen te zijn gereden begonnen de wolken zich boven ons samen te pakken en al snel had de zon het nakijken. Hij (zij?) kon niet zien hoe wij midden in een sneeuwstorm de bergen bedwongen met ons zwarte moster, een Nissan Pathfinder V6 4.2 liter. Ons doel van die dag, de termale baden, baños Colina genaamd, lagen aan het einde van de cajon en kon slechts bereikt worden over een smalle, besneeuwde weg, omgeven door rivieren en steile hellingen. Met slechts 2 meter zicht wist onze chauffeur glijdend alle rotsen te ontwijken noch in het ravijn te storten. Opgelucht konden wij ademhalen toen eindelijk het doel in zicht kwam en de adrenaline die tijdens deze tocht was aangemaakt werd in het warme bad, met uitzicht over de vallei, beantwoord door een overheerlijke kruidensigaret. Een tijdje later, toen het al avond was en onze auto hadden geparkeerd met behulp van een persoon die slechts zeehondengeluiden maakt, werden we een overheerlijk restaurant aangeraden. Omdat niemand vegetarisch was en iedereen beretrek had, werd een grote schotel parillas, verschillende soorten vlees, besteld met nog wat frieten en salade. Toen we weggingen had niemand meer honger, maar dat kwam niet door datgene wat er in onze buikjes zou worden verteerd, maar door datgene wat we buiten aan de zwerfhonden doneerden. Het benam zelfs deze uitgemergelde en natgeregende mormels in eerste instantie de eetlust, maar door hun overlevingsdrang wisten ze hun smaak en reukzintuig op non-actief te zetten en niet alleen de aardappelen op te eten. De aanblik van gebakken darmen, chunchulos genoemd, aan stukken gereten door de toestromende horde straathonden, benam mij voor de tweede keer binnen een uur m’n eetlust, wat kokhalzende neigingen tot gevolg had. De eerste keer dat mijn eetlust werd benomen was vlak nadat de aardige bediende ons de dampende en pruttelende schotel vlees voor onze neus zette, toen nog een aantrekkelijk bouwsel. Mijn blik viel meteen op een donkerbruine, bijna zwarte worst, en ik aarzelde geen moment. Twee seconden later lag de bruingeblakerde worst op m’n bord en ik wachtte netjes totdat iedereen zijn keuze had kunnen maken. Ondertussen was ik al een mooi stukje aan het afsnijden dat even later tussen mijn watertanden zou verdwijnen. Mijn hand hief zich op, de vork stevig vastklemmend, en datgene wat aan het uiteinde richting mijn mond bewoog, bereikte vlak voordat ik een hap nam, mijn neus en deed mijn neusharen rechtovereind staan van schrik. Waarschijnlijk doordat ze verlamd waren door datgene wat ze zojuist hadden geroken, waren ze te traag in het waarschuwen van mijn hersenen en bevond het stuk restafval zich al in mijn mond, die op dat moment, net te laat dus, doorkreeg dat er iets niet in de haak was. Ik reageerde daarop om het stuk bloedworst resoluut terug op mijn bord te spugen en een naargeestig geluid te maken, in combinatie met het schudden van mijn hoofd met de ogen gesloten. Dit herhaalde ik nog één keer, zij het minder heftig, alvorens mijn glas wijn in één keer leeg te drinken. De andere stukken vlees waren van net zo’n erbarmelijke, zo niet erger (wie eet er nou darmen??), kwaliteit, evenals de bordjes vet, in de vorm van patat, en de gemengde salade, waardoor meer dan 80% van het opgediende meeging als doggiepack. Kennelijk waren de honden buiten dezelfde mening over het eten beschoren, want het verwachte schouwspel bleef uit. Slechts over de aardappelen werd een beetje heen en weer gekibbeld.

Zo zie ik dat ik al een flink stuk tekst over de afgelopen twee weekenden heb geschreven, maar verwacht niet dat ik dat over de overgebleven weekenden ook doe. Over een kwartiertje is de heerlijke mix van Richie Hawtin waarnaar ik nu aan het luisteren ben afgelopen en ik ben dan ook van plan om huiswaarts te gaan. Over de rest van de tijd in Santiago kan ik zeggen dat ik eindelijk een beetje door heb waar uit te gaan zonder gedesillusioneerd op de dansvloer te staan te luisteren naar die dertien-in-een-dozijn nummertjes waar je heerlijk met z’n tweeën op kan dansen volgens bepaalde aangeleerde pasjes die mij niet boeien. Anyhow, ik heb mijn draai inmiddels, nu m’n vertek aanstaande is, wel gevonden hier en zou nog wel wat langer kunnen blijven. Toch is de kriebel om nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe dingen te doen, te reizen, gezonde lucht te ademen en vreemde landschappen over je ogen te laten dwalen groot genoeg om de opgedane kennissen en mogelijkheden hier een rug toe te keren. Mijn vizier is vooralsnog erg beslagen, maar along the way zal het beter zicht bieden. In het kort zal ik vertellen wat ik van plan ben en waar ik te vinden ben de komende maanden....

Tja... en nu?
Na morgen eerst de formaliteiten hier op ING te hebben afgerond met een serieus, doch erg gezellig en bemoedigend gesprek met de 1-na-hoogste baas en vervolgens de CEO, Tom Kliphuis, zal ik mij huiswaarts spoeden om mijn laatste spullen te pakken. Enkele momenten later zal er een auto voor staan om mij naar Argentinie te rijden voor een interessant weekend (feesten voorzover mijn gezondheid het toelaat), waarvandaan ik mijn reis later het weekend richting zuid Argentinie zal ondernemen. Na enkele dagen in Argenitinie gesnowboard te hebben zal ik in de Patagonië met boot en bus over de Andes naar zuid Chile gaan om daan wederom te gaan snowboarden en een beetje van de mooie natuur te genieten. Een lange, maar door Valfax en soortgenoten een verdraagzamer reis, zal mij weer terugbrengen naar de stad waar ik 3 maanden lang te gast ben geweest. Omdat de beste sneeuwgebieden hier in de buurt liggen, zal ik proberen om hier het openingsweekend ook nog even mee te pakken om vervolgens de wintersportspullen in een zak naar Nederland te sturen en naar het noorden te trekken. Na een korte stop in Iquique, waar ik ga surfen, zullen maanlandschappen van noord Chile, zoutwoestijnen van Bolivia, oude indiaanse overleveringen van Macchu Picchu, prachtige golven in Peru, jungletochten in de Amazone, verlaten strandjes in de Carribean, verborgen steden in de jungle, vette feesten en prachtige vrouwen in Medellin en de vele andere verborgen schoonheden die ik onderweg tegenkom mij in extase brengen, me laten verbijsteren en misschien wel weer veranderen.

Hopelijk overleven we het allemaal