Een groet aan de lezer, het heeft even geduurd. Al dik een maand is het scherm waarop mijn hersenspinsels zich op dit moment omvormen tot woorden, het uitzicht van mijn beeldschone werkplek, welke naast dit beeldscherm, ook nog een raam te bieden heeft. Achter dat raam reiken de gebouwen tot in de verte, tot de plek waar moeder Natuur in de vorm van een berg deze oeverloze uitbreidingsdrang van dit stedelijk organisme een halt heeft toegeroepen. Er zijn dagen dat ik mijn ogen even rust kan gunnen door in de verte de toppen van deze berg te aanschouwen en even aan niks te denken. Tevens zijn er dagen waarop ik iets anders moet bedenken om mijn ‘alma’ van stress te behoeden. De rede die hierachter schuil gaat is mijn onvermogen om door dikke smog heen te kijken en tevens de weinige innerlijke rust die het kijken naar deze geelbruine substantie geeft. Op dergelijke momenten richt ik mijn ogen weer op de visualisatie van dit medium en probeer ik muziek te downloaden. Overal en nergens, ongrijpbaar en onbeschrijflijk bewegen de tonen van deze geniale minimal set als fo(netische) tonen tussen mijn oren. Het is al laat, half 8 en ik heb net besloten om vanavond niet naar de gym te gaan.
Hoewel het al een maand is dat ik me in het langgerekste land ter wereld bevind, zal ik mijn verhaal niet gaan rekken met gekunstelde zinnen of lange verhalen. Er zijn genoeg foto’s om te bekijken, en ik ben al meer dan 10 uur per dag gezeteld achter een computer, waardoor mijn zin om iets leuks te schrijven danig is geslonken. Tevens vallen er al zeker 4 dagen per week af om iets noemenswaardigs te vermelden. Misschien is het wel noemenswaardig of interessant genoeg om hiervan de rede te vertellen, misschien ook niet. Toch, voor de mensen die tijd over hebben, enkele woorden over mijn burgerlijke bestaan hier (door de week dan). Zou het verband hebben dat ik het in slechts enkele zinnen kan verwoorden, en het feit dat het saai is (om te vertellen)? Een soort zelfbescherming dat saaie dingen meestal buiten de gesprekstof vallen... mmm, ik denk het toch niet. Ik heb wel eens een saai gesprek gehad namelijk, iedereen wel als je het mij vraagt. Maar goed, ter informatie, mijn dag ziet er ongeveer zo uit:
7.45 opstaan en naar werk
8.30 – 13.30 werken
13.30 – 14.45 lunch
14.45 – 19.00 werken
19.00 – 23.00 naar huis, boodschappen (soms), naar de gym, koken, eten
23.00 – 7.45 slapen
Deze regelmaat staat vast, en moet dagelijks aan worden vastgehouden, anders gebeuren er dingen die ik niet wil. Bijvoorbeeld, ik ga niet werken, dan word ik ontslagen en dat wil ik niet. Ga ik niet lunchen, dan val ik flauw en wat doe je anders tussen de middag, even een berg beklimmen gaat ook zo moelijk in een uurtje. Naar huis gaan en boodschappen doen hebben weer invloed op de mogelijkheid te gaan eten en slapen, welke weer invloed hebben op mijn levensvatbaarheid. Dan houden we het gaan naar de gym over, wat enigszins subject kan zijn aan verandering. Maar nee, dat lijkt me toch niet verstandig, omdat een andere manier om enigszins te bewegen niet echt mogelijk is en beweging noodzakelijk is om geen carpaal-tunnelsyndroom, tendinitis, tenosynovitis of andere musculoskeletaire aandoeningen te krijgen. En hoewel ik dus deze vorm van lichaamsbeweging redelijk ver af vind staan van wat ik eigenlijk sporten noem, beschouw ik het als noodzakelijk. Blijft niet veel over, niet waar?
Wel waar.. de weekenden!! Laat ik mij dan maar even richten op de weekenden, en wel in volgorde waarin ze plaatsvonden, de zogenaamde tijdsvolgorde.
Weekend 1 – Isla Negra
Na een rustig weekje, waarin ik en Jasper kennismaakte met de ING en tevens onze laatste week Spaans inkopten, om maar weer eens een studententerm te gebruiken, was er, zoals wekelijks, een weekend bestaande uit een zaterdag en een zondag. Eigenlijk kan ik me alleen zaterdag overdag herinnenen, de dag dat mijn toeristische ik een frisse verassing kreeg te verduren. Staande op een rots, de zon in m´n gezicht, kijkend over een lief klein strandje, Isla Negra, waarop de beroemde Chileense schrijver Neruda een huisje heeft staan. Een pelikaan ontweek de schuimende koppen van de enorme golven, die ondanks verwoede pogingen het strand probeerden te bereiken, maar zich keer op keer stuksloegen op beschermende partij rotsen. Eén van die rotsen moest mijn gezelschap maar voor lief nemen terwijl ik enkele foto’s aan het nemen was van het zeker niet onaardige uitzicht. Een prachtig hoge golf nam een aanloop om zijn poging het strand te bereiken te doen mislukken, mooi.. wat een grote golf dacht ik vlak voor ik nattigheid voelde. Snel probeerde ik nog mijn camera in veiligheid te brengen door m’n armen in de lucht te gooien, maar de gof was zeker net zo hoog als mijn cumulatieve arm- en lichaamslengte, waardoor niet alleen ik, maar ook mijn iets minder tegen water bestand zijnde digicam werd verrast met een heerlijk verfrissende zoute deken van water. Gelukkig stonden er veel mensen vanaf het strand te kijken, waardoor ik een applausje kreeg toen ik afgedaald was en het droge zand weer tussen mijn tenen bewoog. Dat deed me goed. Nog wat foto’s gemaakt, zonder dat m’n schermpje het deed, totdat m’n camera er helemaal mee ophield. Enkele dagen gaf lang hij teken van een lichte verkoudheid, net als ikzelf, ik had immers geen warme kleren die dag en erg warm was het nou ook weer niet, totdat hij plotseling beetje bij beetje weer functioneerde. Ik ben inmiddels ook weer helemaal de oude.
Weekend 2 - Santiago
Met een weer prima werkende camera, maar een slecht functionerende maag, viel het besluit om in Santiago te blijven. Veel gewandeld, leuke dingen gezien, en daarvan foto’s gemaakt. Ik kan me ook vrij weinig herinneren, behalve dat ik m’n hangmat (met dank aan Simon), heb geïnstalleerd en ‘knetterlekker’ heb gechilled met een boekje op schoot. Ik kan nog niet echt een mening vormen over Santiago, voorlopig is het wel aardig, en vooral de mensen staan me aan, maar dat is vaak zo wanneer het wederzijds is (meer een persoonlijke kwestie denk ik dus). Door naar het volgende weekend...
Weekend 3 – Pichilemu
Terwijl de Wighnomy Brothers me verblijden met hun remix van This World (Slam feat. Tyrone Palmer) ga ik enige woorden schoonmaken aan een zeker noemenswaardig weekend. Extra vroeg vertrokken vanuit werk, gingen we richting Pichilemu, een 5 uur lange tocht (het kan overigens in minder dan 3 uur) richting het zuiden, door uiteraard glooiend landschap. Moe werden we meteen opgewacht door een horde hoteleigenaren die ons allemaal graag wilde hebben. Natuurlijk twijfelden we niet aan de locatie die ons onderdak zou bieden, de Jamaica Inn. De kosten per nacht waren minder dan die van de maaltijd die we daarna in een restaurant nuttigden, zo’n 5 euro per nacht. Waarom naar Pichilemu? Dit werd de dag erna, maar nog meer de dag daarna zichtbaar, wanneer af en toe prachtige golven mijn onvermogen om deze op een fatsoenlijke manier te berijden zichtbaar maakte. Desalniettemin was het genieten om weer eens te surfen en (vaker) je te laten meenemen door krachtige golven, niet wetend wanneer je weer bovenkomt, naar adem happend bovenkomt om de volgende alweer op je af zien te komen. Het weer was prachtig, de omgeving evenzo, het water ijskoud en de mensen heel erg warm. De zaterdagavond was ook prima, relaxed gechilled bij de eigenaar van een surfshop waar we onze boards hadden gehuurd. Dat de locale discotheek (uiteraard) alleen Spaanstalige nummers draaide, slecht gecoverd en nog minder dansbaar, kon me dus niet zoveel deren.
Weekend 4 – Reñaca
Vanwege de eerdere verwikkelingen tussen Judas en Jezus, en de waarde die aan deze kwestie werd gehecht door de jaren heen, was het een dagje eerder weekend. Dat dit gevierd moest worden was duidelijk en hoe doe je dit zonder er al teveel moeite in te steken? Een geniale ingeving (we gaan ons bezatten...), 8 euro lichter en een fles rum en twee flessen cola zwaarder liepen we in het zonnetje naar huis. Na drie weken ongezond weinig alcohol tot me te nemen was er geen omkeren meer aan. De eerste paar glazen gleden met zoveel genot naar binnen als daar waar je nu aan denkt, tenzij het niet te genieten is. Gelukkig kwam het er niet direct weer uit. Na met moeite het laatste restje alcohol in m’n keelgat te laten verdwijnen, werd een aanstalte gemaakt om te vertekken richting muziek en meer alcohol. Een stuk of wat aanstaltes verder liepen we op straat, nog een heerlijk temperatuurtje, een jochie haalde stripboeken uit een vuilniszak. Wat een hufters die ouders, dacht ik, maar besteedde er verder niet al teveel aandacht aan. Eenmaal aan de taxi probeerde we duidelijk te maken waar we heen wilde, maar dat was toch iets verder dan we gedacht hadden. Gelukkig had de taxichauffeur een alternatief, namelijk een mooie discotheek met mooie vrouwen en veel dichterbij, genaamd Platinum (http://www.platinumclub.cl). Al gauw waren we er en werden we naar binnengeleid, bracht een lift ons naar beneden en kwam er een halfnaakte vrouw met de juiste, misschien iets overdreven, proporties langslopen. Tijd om binnen een kijkje te nemen, dus ik begaf me richting de deur. Wel raar dacht ik, een deur met een stropdas, en het beweegt ook nog eens. Toen mijn ogen zich opnieuw hadden gefocust, zag ik dat het gewoon een hele brede vent was, die voor de echte deur stond. Zijn rechterarm was horizontaal uitgestrekt en bewoog een beetje op en neer. Omdat ik dus niet door zo’n dikke arm kan en wil lopen besloot ik een omweg te maken, waardoor ik bij de kassa uitkwam. Dat was dus de bedoeling van die meneer voor de deur, eerst een kaartje kopen, begrijpelijk. Vriendelijk vroegen we aan de mevrouw bij de kassa hoeveel het kostte om binnen te komen. 18 luca (18.000 peso) zouden we kwijt zijn, wat overeenkomt met ongeveer 30 euro. Nou waren we dronken, maar dit vonden we toch wel erg raar. Zo reageerden we dan ook met vragende onbegrepen blikken, ogen heen en weer bewegend en af en toe een wenkbrauw omhoog en weer omlaag. Ook herhaalde we het bedrag ter confirmatie, en vroegen we of de drank gratis was. Dat scheen 36 dollar per biertje te zijn en vanwege deze misselijke grap, werd plan B aangevangen, de portier wachtte ons al op bij de uitgang en we werden naar een taxi begeleid, tijd voor de volgende dure grap.
Nog niet helemaal de connectie makend tussen de bijverdiensten van taxichauffeurs en hun min of meer gedwongen voorstellen, werd ons een andere tent voorgesteld. Ok, dank je hartelijk taxichauffeur, duidelijker had je het niet hoeven maken, zeker met mooie vrouwen?? Ja, en niet ver? Nee, ook niet. Toch bedankt, breng ons maar gewoon richting Bellavista. Of we het zeker weten? Het is toch op de weg ernaar toe, je kan gewoon een kijkje nemen en als je het niet leuk vind sta ik gewoon buiten te wachten. Alsof we geen andere taxi kunnen nemen... NEE BEDANKT!! Goed, enigszins geïrriteerd, keek ik even omhoog naar de taximeter en daar stond een werkelijk belachelijk bedrag voor de afstand die we hadden gereden. Nogmaals overdenkend of het zeker was dat we werden verneukt, besloten we dat het genoeg was geweest. Stop maar, dank je, het is ver genoeg, het is voor je eigen gezondheid... maar helaas, blijkbaar was ons Spaans niet toereikend of leed hij aan een vreemde vorm van hardhorendheid en hij reed ons voor het driedubbele toeristentarief toch nog maar richting de hoerentent. Na het belachelijke bedrag van bijna 8 euro afgerekend te hebben gaf ik de huichelaar nog een blik van jewelste!! Nou, als blikken konden doden enzo. Volgende keer ga ik echt zijn hoofd eraf halen en ermee hooghouden (ofzo..). Met het bekende principe van ‘naaien of genaaid worden’ vervolgden ons pad en na een kleine wandeling kwamen we terecht bij la Feria, een schijnbaar prima club met ‘música electrónica’.
Na een maand in Buenos Aires geteerd te hebben op de muziek die uit de Ipod of ZEN van enkele gasten van het hostel kwam en 3 weken in Chile, waarin slechts één discotheek door mij werd bezocht (zie Pichilemu), was ik niet erg kritisch, zolang de muziek maar een beetje significantie heeft met house en dansbaar is. Dat er gewoonweg geniaal gedraaid werd, was dus iets wat ver boven mijn verwachtingen uitsteeg. ‘Eindelijk!’ riep ik nog, maar het werd overstemd door de heerlijke bastonen, die samen met gepaste minimale deuntjes een zeer ritmisch spel aan het spelen waren. High van de muziek verlieten mijn voeten de grond en werd ik meegenomen in het hemelse paradijs der muzikale klanken. Af en toe keerde ik terug op aarde om een praatje te maken met deze en gene, of om door een zeer vriendelijke dj uit Barcelona uitgenodigd te worden voor een after, die zoals gebruikelijk, na het feest zou beginnen. Dat ik het niet tot zover gered had, was te wijten aan de vermoeidheid en het effect dat het heeft op alcohol..mmm (of andersom?). Goed, tevreden en dronken als een tor/blok in slaap gevallen. Natuurlijk was ik vergeten een liter water te drinken en de dag erna functioneerde er niet veel meer van mijn lichaam, behalve mijn hoofdpijn orgaan, en enkele ledematen, die me in staat stelden om naar de wc te gaan wanneer ik daar zin in had.
Van het plan om rond het middaguur naar Reñaca te gaan, bleef dus niet veel over. Er valt ongeveer niks te vertellen over deze dag, dus laten we dit boeiende stuk vervolgen met onze aankomst bij een hele chille loft van één van onze collega’s, Ariël, die eigenlijk van zijn oma was, die er al 5 jaar niet was geweest. Ook de binnenhuisarchitect was al een jaar of 20 niet ingeschakeld en de bloemetjes van het behang, gordijnen, meubels en keukenkastjes vlogen je om de oren. De ontvangst door Ariël en z’n vrienden uiteraard hartelijk en een paar flessen later scheurden met z’n 5-en in een Toyotaatje over bergachtige weggetjes, langs steile rotswanden en een maanverlichte zee. Het schijnt dat er heel veel mensen vroeger gelovig zijn opgevoed, waardoor er op Goede Vrijdag niet veel goeds te beleven valt qua uitgaan. De grootste discotheek was dicht en een andere, die normaalgesproken tot de nok toe vol staat, was halfleeg. Desalniettemin waren we erg laat thuis en was ook de dag erna even bijkomen van de hoeveelheid drank die ik tot me had genomen, misschien moet ik weer gewoon door de week gaan drinken, dan heb ik wat meer aan m’n weekend. Gelukkig was er genoeg tijd om bij te komen en dat werd ingevuld met schaken, lezen, praten, eten, drinken, slapen, foto’s maken etc., allemaal in de zon. Omdat ik redelijk vaak voorovergebogen in de zon zat, hadden er aan het einde van de dag twee hele mooie horizontale strepen op mijn buik gevormd, waardoor ik net een tosti leek. Het woord voor zonnen is ook tostarse, dus misschien is dit wel de rede, dat je op een tosti gaat lijken ofzo. Na een klein en gezellig huisfeestje ging deze wandelende hamkaasboterham naar zijn tweede goede feest in 3 dagen, tenminste... dat was mijn eigen voorspelling. Eigenlijk was het ook wel een topfeest, redelijke muziek (weliswaar techno, maar beetje eentonig en makkelijk gedraaid) en hele leuke mensen. Nu waren er twee dingen met de lokatie, waar een beetje een festivalatmosfeer hing, wat het gevolg was van het feit dat het niet overdekt was. Ten eerste was het uitzicht grandioos, uitkijkend op een door allemaal lichtjes (huisjes) versierde berg. Ten tweede was het ook grandioos koud, en had ik natuurlijk niet genoeg kleren aan/mee, waardoor ik me genoodzaakt voelde om de halve avond bij het kampvuur te zitten, wat ik absoluut niet vervelend vond, en dit vanwege de aardige mensen. Daarna met the Prodigy hard uit de boxen knallend teruggereden (...) langs de prachtige rotsachtige kust, die ’s nachts nog mooier lijkt dan overdag. De zondag was een kopie van de dag erna en behoeft geen woorden, alleen maar herhaling, fysiek dan.
Een heel aardig nummertje (Forever Sweet – Super Trouper, met dank aan lexie) heeft m’n aandacht weer even verslapt. Kijkend naar de klok zie ik ook dat het tijd is om te gaan, om me heen is het verlaten, m´n ogen prikken. Ik heb het gehad. De laatste woorden zullen snel een feit zijn, om te gaan is gekomen, de tijd.
Un beso grande
vrijdag 1 april 2005
Abonneren op:
Reacties (Atom)